In de poort: De zonde tegen de Heilige Geest
Van een lezer ontvingen we een brief met het verzoek in te gaan op de vraag wat bedoeld wordt met "zondigen tegen de Heilige Geest" en aanverwante uitdrukkingen.
In het pastoraat worden we regelmatig geconfronteerd met mensen die bang zijn dat ze "de zonde tegen de Heilige Geest" hebben begaan, maar ook met mensen die de ernst van de zonde niet lijken te beseffen. Hoe reageren we daarop?
Bestaat er vandaag nog zoiets als "zondigen tegen de Heilige Geest"? Wat houdt dat dan in?
Dit is een relevante vraag, die niet alleen theologische, maar vooral ook pastorale consequenties heeft.
