print artikel
sluiten [x]

Inloggen

Ons geloof verdedigen

1. Inleiding

Kent u dat gevoel, dat u thuiskomt van uw werk of van een familie- bezoek en voor uw gevoel pas nu ziet welke antwoorden u had moeten geven en welke argumenten u had moeten aanhalen toen "uw geloof" in twijfel werd getrokken of belachelijk werd gemaakt-

Dat is nog niet zo erg. Er zijn ook vele gelovigen die er als een berg tegen opzien om langs de deuren te gaan met het evangelie, omdat ze het gevoel hebben te leuren met een product dat al lang uit de handel genomen had moeten worden. Die denken op den duur zelfs niet meer na, in de overtuiging dat er geen goede argumenten bestaan...

"Geloven doe je in de kerk", zeggen veel mensen. Of erger nog: "Geloven is voor mensen die niet op hun eigen benen kunnen staan; voor de niet-intellectuele, goedgelovige massa".

Wat doe je met zulke opmerkingen- Welke invloed hebben zulke uitspraken op onze overtuiging en onze vrijmoedigheid-

Binnen veel christelijke opleidingsinstituten wordt er een cursus gegeven die de naam "apologetiek" draagt, afgeleid van het Griekse woord apologia, dat "verdediging" (van de geloofsleer) betekent.1

Hierin wordt niet zozeer nagedacht over wat er binnen de gemeenten moet worden geleerd of wat een christen moet geloven, maar over de vraag hoe het christelijk geloof kan worden verdedigd en ver(ant)woord, hoe het logisch en aantrekkelijk kan worden voorgesteld voor niet-christenen, om hen te overtuigen van de juistheid en noodzakelijkheid van het christelijk geloof.

Veel christenen zullen akkoord kunnen gaan met de uitspraak van Alan Hayward, dat het christendom "de enige godsdienst ter wereld is, die met logische argumenten te verdedigen is" en dat alleen binnen het christendom zo’n grote hoeveelheid apologetische boeken gevonden wordt2, maar toch bestaat er onder christenen heel wat verschil van mening over de wijze waarop deze verdediging van het geloof moet geschieden (de benaderingswijze) en over wat de mogelijkheden en de beperkingen zijn van een dergelijke apologetiek.

2. Benaderingswijzen

Globaal gesproken kunnen we zeggen dat er twee stromingen zijn wat betreft de apologetische aanpak.

a) Er zijn christenen die benadrukken dat de ongelovige mens verduisterd is in zijn verstand (Ef.4:18) en daarom niet in staat is te beoordelen wat juist is en wat onjuist. Terwijl de christen God en Zijn Woord aanneemt als uiteindelijk referentiepunt, als absolute maatstaf, zal de niet-christen afgaan op zijn eigen denken en geweten, en nergens terechtkomen.

Dit is een benaderingswijze die we vooral binnen het Calvinisme vaak tegenkomen en die b.v. door Cornelius Van Til wordt verdedigd 3.

Van Til pleit voor een Gereformeerde apologetiek, die begint bij de Schrift.

De gereformeerde christen die zijn geloof verdedigt doet geen beroep op zijn "ervaring" of zijn "verstand" of op de geschiedenis of op wat dan ook, op dezelfde wijze waarop hij zich beroept op de Bijbel4

Van Til reageert dan ook tegen evangelischen uit zijn tijd die koste wat kost een aanknopingspunt zoeken om met ongelovigen een dialoog aan te kunnen gaan5. In zijn boek is de gereformeerde gelovige "Mr. White", de ongelovige "Mr. Black" en de evangelical "Mr. Grey". Je bent grijs, als je vertrekt vanuit de mens, en niet vanuit de IK BEN:

Zou God, Die in het paradijs van de mens onvoorwaardelijke gehoorzaamheid eiste, Zich nu tevreden stellen met een door argumenten bedongen regeling6-

Binnen de calvinistische apologetiek blijft God Zelf het uitgangspunt en ligt, wat de onbekeerde mens betreft, de nadruk op zijn verdorvenheid; hij is "onbekwaam tot enig zaligmakend goed en geneigd tot kwaad7."

b) Andere gelovigen gaan ervan uit dat je wel beroep kunt doen op het verstand en intellect van de ongelovige en dat het aangaan van een dialoog, daar waar de ongelovige is, wel zin heeft.

Zo durfde Green tegen een geleerde zeggen:

U bent een wetenschapsman. U bent gewend uw theorieën te wijzigen als het bewijs dat vereist. Ik stel u nu voor dat u hier het zelfde principe toepast. Gaat u zelf het bewijs onderzoeken. Wees open voor alles, waarheen het u ook mag leiden, en zie wat er gebeurt8.

Ook in zijn boekje Toe nou, dat meen je niet! daagt hij de lezer uit om na te denken en de feiten onder ogen te zien9.

Haywarden Green lijken uit te gaan van de stelling "Wie denkt moet geloven", hetgeen ook de titel is van een boekje van Wilder Smith10.

In dit boekje pleit Wilder Smith voor rationaliteit; het geloof is volgens hem het gevolg van denkprocessen11, zodat het menselijk verstand (of dat nu van een gelovige is of van een ongelovige) zeker niet mag worden verwaarloosd.

De verschillen in benaderingswijzen liggen dus niet hierin dat de één het geloof wenst te verdedigen en de ander niet, noch hierin dat sommigen meer overtuigd zijn van het unieke van het christelijk geloof, doch spitsen zich toe op de vraag of het zin heeft om met een ongelovige een dialoog aan te gaan, uitgaande van een gelijkheid van denken en mogelijkheden, vanuit hetzelfde startpunt.

In tegenstelling tot Van Til, benadrukt Schaeffer juist de noodzaak van een dergelijke benadering. Hij gelooft dat God ook aan ongelovigen kennis gegeven heeft, die zij "desperately" nodig hebben om de juiste conclusies te trekken over het bestaan van God12.

Hij gelooft dat je in een gesprek met een ongelovige mag en moet beginnen daar waar de mens is. Zelf is hij, naar zijn zeggen, in staat om ook te communiceren met mensen die veraf staan. Hoe hij dat doet:

Ik probeer hen de bijbelse waarheden te laten overwegen, zonder een beroep te doen op blinde gehoorzaamheid, alsof men zou moeten geloven omdat iemands familie dat nu eenmaal ook doet, of alsof het verstand geen deel aan de zaak zou hebben13.

Waar Van Til uitgaat van de "total depravity", de totale verdorvenheid van de mens, benadrukt Schaeffer het "beeld-Gods-zijn"; de gevallen mens is volgens hem nog altijd beeld van God, evengoed als dat een niet-christen schilder nog altijd wel mooi kan schilderen14.

Het is geen onbelangrijke vraag of we ervan moeten uitgaan dat de niet-wedergeboren mens in staat is door zijn gezond verstand God te leren kennen; of wij, in evangelisatiewerk, een beroep mogen doen op het denkvermogen van de ongelovige, of dat we moeten aannemen dat discussiëren geen zin heeft. Of zijn deze twee benaderingswijzen twee verschillende nadrukken die elkaar niet per se hoeven uit te sluiten-

Deze vraag is niet slechts een vraag naar methodiek, maar stelt tevens de beperkingen en mogelijkheden van de apologetiek in vraag.

3. Beperkingen en mogelijkheden van de apologetiek

3.1 De beperkingen

3.1.1 De schommelende menselijke wijsheid

Bavinckwijst erop dat wetenschappelijke zekerheid altijd onderworpen blijft aan menselijke redeneringen en steeds door nieuwe onderzoekingen en ontdekkingen omvergestoten kan worden. Aan zo’n twijfelachtige zekerheid, aldus Bavinck, hebben we in de godsdienst niet genoeg:

Hier hebben wij eene onfeilbare, Goddelijke zekerheid van noode, die boven allen menschelijken twijfel verheven is, die ons nimmer begeven kan, waarop wij het wagen durven voor den tijd en voor de eeuwigheid beide15.

Inderdaad is al meermaals gebleken dat wat als wetenschappelijk feit wordt gepresenteerd soms niet meer is dan de interpretatie die de desbetreffende onderzoeker aan de feiten geeft. Waar aanvankelijk beweerd werd dat de mens 180 rudimentaire organen had, die hoegenaamd geen functie (meer) hadden en een schakel waren in de bewijsvoering van evolutionisten, heeft later onderzoek aangetoond dat vrijwel al deze vermeende rudimentaire organen wel degelijk hun nut hebben16. Zo zei onlangs een psychiater tegen een van mijn gemeenteleden dat men nu heeft ontdekt dat de "stemmen" die sommige "schizofrene" mensen horen blijken prikkels te zijn die van buiten de hersenen zelf komen. Dat zal misschien ooit nog een ander licht werpen op de tot nu toe als bijgelovig afgedane verklaring van demonie. En zo zijn er meer voorbeelden te noemen. De wetenschap en de bewijzen die wij daaruit menen te kunnen halen, zijn geen stabiele basis om ons leven en ons geloof op te bouwen.

3.1.2. Geloven, maar wat-

Nadat een natuurkundige in zijn apologetisch boekje in tien hoofdstukken het christelijk geloof heeft verdedigd op wetenschappelijke basis, schrijft hij:

Een boek als dit kan niet meer doen dan feiten vergaren. Het kan de redenen opsommen om te geloven dat God bestaat en dat Jezus Christus zijn Zoon is. Wat het niet kan, is het geloof schenken 17.

Wel gelooft hij dat de feiten een solide basis zijn waarop men zijn geloof kan baseren. M.a.w.: je kunt iemand overtuigen dat hij geen intellectuele zelfmoord moet plegen om te geloven.

Hier ligt ook het bezwaar van Van Til. Stel dat je iemand kan overtuigen dat er een zekere Jezus werkelijk uit de dood is opgestaan, heeft hij daarmee ook aanvaard dat deze Jezus de Zoon van God was die de hemel verlaten heeft en mens is geworden om te sterven voor onze zonden-

Men kan iemand misschien wel overtuigen van de juistheid of waarschijnlijkheid van bepaalde stellingen, maar daarmee is er nog geen geloof in de bijbelse zin, nog geen relatie met Jezus Christus, ontstaan.

3.1.3. Het probleem van de psychikos

Paulus schrijft dat een "psychikos", in de NBG-vertaling weergegeven met "ongeestelijk mens" de dingen van God niet aanvaardt, maar dwaasheid vindt (1 Kor.2:14). De term "psychikos" staat in het NT tegenover "pneumatikos". De eerste is een "natuurlijke mens" (Jud. 19), die de Geest niet heeft, de tweede wordt "pneumatisch" genoemd omdat hij de "Pneuma", de Geest van God ontvangen heeft (vgl. Rom.8:9-16, 1 Kor.2:12-16).

Het is de Geest die de mens verlicht en de dingen Gods doet begrijpen. Wie deze Geest niet ontvangen heeft, leeft met een "verstandsverduistering" (vgl. Ef.4:18). Het is dus onmogelijk beroep te doen op zijn "gezond verstand", want het is niet meer gezond.

In heel duidelijke bewoordingen stelt Paulus dat nog eens in zijn tweede brief aan de Korinthiërs:

Indien dan nog ons evangelie bedekt is, is het bedekt bij hen, die verloren gaan, ongelovigen, wier overleggingen de god dezer eeuw met blindheid heeft geslagen, zodat zij het schijnsel niet ontwaren van het evangelie... (2 Kor.4:3,4)

3.1.4. De noodzaak van de Heilige Geest

Eigenlijk moeten we zeggen dat deze "beperking" evenzeer als "mogelijkheid" gezien kan worden.

Wat eigenlijk uit de bovenvermelde teksten al naar voren komt, is de noodzaak van het werk van de Heilige Geest. Het is Hij die overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel (Joh.16:8). Wanneer Gods Geest dat niet doet, zal iemand nooit neerknielen aan de voet van het kruis en belijden dat hij de vergeving en verlossing van Christus nodig heeft.

Het is, zoals we kunnen lezen in de Dordtse Leerregels, dat de mensen niet tot God willen of kunnen wederkeren,

...noch hun verdorven natuur verbeteren, noch zichzelf tot de verbetering daarvan schikken, zonder genade des wederbarenden Heilige Geestes18.

Als we ons van de bovengenoemde beperkingen goed bewust zijn, kunnen we zien naar de mogelijkheden die God, in Zijn genade, met en door Zijn Geest, toch geeft om de ongeredde mens te benaderen met het Evangelie.

3.2. De mogelijkheden

3.2.1. Paulus en ‘peitho’

Het Griekse woord peitho heeft de betekenis van "overhalen, overreden, winnen voor, (trachten te) overtuigen".

Op verschillende plaatsen in het NT treffen we Paulus aan in gezelschap van dit werkwoord. Hier volgen enkele teksten:

En hij hield elke sabbat besprekingen in de synagoge en trachtte Joden en Grieken te overtuigen(Hand.18:4)

En Paulus ging naar de synagoge en trad drie maanden lang vrijmoedig op om hen te overtuigen aangaande het Koninkrijk Gods (Hand.19:8)

En nadat zij een dag met hem hadden afgesproken, kwamen verscheidenen tot hem in zijn verblijf, wie hij met nadruk het koninkrijk Gods voorstelde, pogende hen te overtuigen ten opzichte van Jezus (Hand.28:23)

Daar wij weten hoezeer de Here te vrezen is, trachten wij de mensen te overtuigen (2 Kor.5:11)

De werking van Gods Geest sluit dus onze inzet niet uit. Sterker nog, de Heilige Geest wil mensen gebruiken als spreekbuis, als kanaal van God. Het geloven is tenslotte uit het horen, en hoe kan men horen als niemand predikt- (Rom.10:14)

3.2.2. Rom.1 en Job

In de Romeinenbrief lezen we dat de mensen die niet geloven, de waarheid ten onder houden. Wie eerlijk is moet immers wel erkennen dat er een God bestaat: de schepping spreekt boekdelen. Of, zoals de Belijdenis des Geloofs het stelt:

Wij kennen Hem door twee middelen. Ten eerste, door de schepping, onderhouding, en regering der gehele wereld: overmits deze voor onze ogen is als een schoon boek, in hetwelk alle schepselen, grote en kleine, gelijk als letteren zijn, die ons de onzienlijke dingen Gods geven te aanschouwen (...). Ten tweede, geeft Hij zichzelf ons nog klaarder en volkomener te kennen door zijn heilig en Goddelijk Woord... 19

Met andere woorden: ook zij die geen bijbel hebben of lezen, kunnen toch conclusies trekken over het bestaan van God als ze duidelijk de schepping "lezen". Niemand heeft een geldig excuus om niet te geloven. Ook al beschouwen veel mensen de evolutieleer tegenwoordig als een aangename oplossing, het is absoluut geen afdoende verklaring voor wat we om ons heen zien en nog minder voor wie we zelf zijn.

Dit argument vanuit de schepping wordt ook door God Zelf gebruikt in gesprek met Job (Job 38-41) en dwingt Job te erkennen hoe nietig hij is. Wanneer Job zich, meer dan overtuigd, verootmoedigt, wordt hij tenslotte door God gezegend.

3.2.3. De redelijkheid

Wiersbeschrijft: Een geloof dat je niet kunt testen, kun je niet vertrouwen20.

Dergelijke opmerkingen komen we tegen in het boekje Can We Know-:

De waarheid deinst niet terug voor onderzoek. Integendeel, zij verwelkomt juist het zoeklicht van een nauwkeurig onderzoek, in het volste vertrouwen dat ze niet kan worden weerlegd21.

Een religie die een logisch onderzoek val al haar claims tegenwerkt (of ontmoedigt), geeft daarmee stilzwijgend de twijfelachtigheid van haar positie toe22

Alan Hayward gaat nog een stapje verder wanneer hij schrijft dat het christendom de enige godsdienst ter wereld is die met logische argumenten te verdedigen is23

Feit is, dat diverse mensen die trachtten het ongeloofwaardige van het christelijk geloof te bewijzen, door hun onderzoek juist tot geloof gekomen zijn, overweldigd door de vele onomstotelijke bewijzen. Een voorbeeld daarvan is Josh McDowell, die na zijn bekering diverse boeken geschreven heeft waarin hij de bewijzen op een rijtje zet die ook hem hebben overtuigd24.

4. Veelgebruikte apologetische argumenten25

4.1 Theïstische bewijzen

Dit betreft argumenten die moeten aantonen dat (er een) God bestaat en die dikwijls worden aangehaald in een discussie over schepping versus evolutie. Aangezien leven niet vanzelf ontstaat, moet er een levenmaker (geweest) zijn.

Hooverstelt: Indien men meent te kunnen bewijzen dat horloges voortkomen uit een automatische horlogefabriek waar geen mens werkt, zijn we dan tevreden- Indien een horloge al een kunstwerk is, wat moeten we dan denken van een automatische horlogefabriek- Wie heeft die gemaakt-26 De toepassing is duidelijk: beweren dat de mens, die zo knap in elkaar zit, niet door God is gemaakt maar spontaan door de natuur tot leven is gebracht, via vele ingewikkelde processen en stadia, geeft nog geen antwoord op de vraag wie dan die knappe natuur heeft gemaakt. "Evolutie" geeft geen verklaring van de uiteindelijke oorzaak, maar verlegt de vraag slechts.

Ook de zedelijke argumenten vallen hieronder: hoe komt de mens aan een geweten en een besef van goed en kwaad of aan verantwoordelijkheidsbesef- Dat moet hij toch ontvangen hebben van een absolute maatstaf (of Normgever)-

4.2 Profetieën

Met namede ongelooflijk preciese voorzeggingen in het OT over de persoon van Christus zijn een duidelijk bewijs van het feit dat er een God is die boven de tijd staat en deze zowel overziet als bestuurt (Zie b.v. Jes.7:14, Micha 5:1, Jes.53, Ps.22: 2,8,9,15,17,28).

Maar ook vóór Christus (b.v. i.v.m. Josia, 1 Kon.13:2, en Kores, Jes. 44:27-45:8) zijn er zeer treffende voorzeggingen geweest, evenals er duidelijke voorzeggingen zijn over de toekomst (Matt.24 e.a.).

God is in staat om van den beginne de afloop te verkondigen (Jes.46:10), opdat men zou erkennen dat Hij God is (Jes.48:3-6).

4.3 Wonderen

De Bijbel staat vol met wonderen (de schepping, de uittocht, het manna, de vele wondertekenen die profeten zoals Elia en Elisa hebben verricht). Toen Jezus op aarde was, heeft Hij vele tekenen gedaan, die de mensen tot geloof moesten brengen (Joh.21:30,31). Ook de apostelen deden in Zijn naam grote dingen (Joh.14:12, Hebr.2:4).

Trouwens, zo ver hoeven we niet in de tijd terug te gaan. Ook vandaag nog doet God wonderen, waaronder het genezen van zieken, het geven van rust in schijnbaar onmogelijke situaties en niet in de laatste plaats, het volkomen vernieuwen en veranderen van mensen.

4.4 De persoon en het werk van Christus

Jezusclaimde de Zoon van God te zijn. Josh McDowell wijst erop dat Hij dus ofwel inderdaad de Zoon van God was, ofwel een bewuste bedrieger ofwel een geesteszieke (Lord, liar or lunatic)27.

Het is typisch dat veel mensen een middenweg zoeken, zoals: "Hij was een goed mens". Dat kan niet waar zijn; er zijn slechts de drie bovengenoemde mogelijkheden. En wie de nauwkeurige getuigenverslagen in de evangeliën leest, weet welke de juiste is.

4.5 De opstanding

Vaak wordt er gezegd, wanneer we over het leven na de dood spreken, dat er nog nooit iemand is teruggekeerd. Dat is een zeer grote vergissing, die wellicht door de paashaas is rondgestrooid...

Niet alleen de Bijbel zelf, maar ook geschriften buiten de Bijbel getuigen van Jezus’ opstanding. Josh McDowell heeft in zijn boek Evidence That Demands a Verdict heel wat bewijzen op een rijtje gezet28, en ook Michael Green geeft een duidelijk overzicht van de belangrijkste argumenten29. Het probleem is zeker niet dat Jezus’ opstanding niet bewezen is of te bewijzen valt; het probleem is dat de meeste mensen niet de moeite willen doen de argumenten te bestuderen.

4.6 De invloed van het christendom

Iedereen weet in welk jaar hij leeft, maar velen staan er niet bij stil dat de jaartelling begint bij Christus. Evenmin staat men er bij stil welke invloed het christendom heeft gehad op de welvaart, verbetering van sociale systemen, vordering van de techniek (mannen zoals Isaac Newton en Blaise Pascal b.v. waren overtuigde christenen). Wat men wellicht beter opmerkt is de plotselinge verandering van een gebuur of van een familielid. Maar erkennen dat dat het werk van God is, schijnt dikwijls erg moeilijk te zijn. Toch zijn het juist zulke getuigenissen die mensen aan het denken zetten, vooral hen, die op een punt in hun leven gekomen zijn, dat ze met klemmende levensvragen zitten. Er is maar één godsdienst waar mensen zo totaal vernieuwd worden dat ook de omgeving erbij gebaat is, en dat is het christendom. Zonder het optimisme, de hoop en de ijver van het christendom (b.v. in de derde-wereldlanden en in de hulpverlening), zou de wereld van vandaag een hel zijn!

5. Conclusies

Het is zeker mogelijk ons geloof te verdedigen; er zijn genoeg duidelijke bewijzen voor de realiteit van het christelijk geloof. Maar zonder de werking van Gods Geest, zullen al onze argumenten vruchteloos blijken. De ongelovige mens moet tot leven worden gewekt door God, die zijn verstandsverduistering doorbreken kan. Dan is het ónze taak om het onveranderde en blijvende Evangelie zó over te brengen in deze veranderende wereld en in de diverse culturen30, dat de mensen begrijpen dat het goede nieuws óók vandaag, óók voor hen is.

Wij kunnen geen leven wekken of doen wedergeboren worden. Maar we kunnen wél Gods medearbeiders zijn (1 Kor.3:9)!

EINDNOTEN

1 Het zelfstandig naamwoord apologia komt 8x voor in het NT en het werkwoord apologeomai 10x. Van de 18 maal dat ze samen voorkomen, treffen we deze woorden 7x aan in Handelingen 22-26, hetgeen begrijpelijk is als we beseffen dat Paulus "tot verdediging van het evangelie" gesteld was (Fil.1:16).
2 Alan HAYWARD, Bestaat God- De wetenschap zegt ja (Baarn: Uitgeverij Mingus, 1986) p.133.
3 Cornelius VAN TIL, The Defense of the Faith (Phillipsburg, New Jersey: Presbyterian and Reformed Publishing Company, 1967).
4 C. VAN TIL, Op. cit., p.226. "...does not appeal to ‘experience’ or to ‘reason’ or to ‘history’ or to anything else as his source of information in the way that he appeals to the Bible."
5 Id., Op. cit., p.229.
6 Id., Op. cit., p.257. "Would the God who had in paradise required of men implicit obedience now be satisfied with a claims and counter-claims arrangement with his creatures-"
7 Dordtse Leerregels, Hoofdstuk 3, punt 3. (Dit zijn artikelen tegen de Remonstranten, een oordeel van de Nationale Synode der Gereformeerde Kerken van de Verenigde Nederlanden, daterend van 1618-1619).
8 Michael GREEN, Wie is op de vlucht (Franeker: Buijten & Schipperheijn, 1980) p.37.
9 Id., Toe nou, dat meen je niet! Gangbare argumenten om Jezus te ontlopen (Leuven: O.M.-Benelux / Telos, z.j. Engelse editie 1976) p.12.
10 A.E. WILDER SMITH, Wie denkt moet geloven (Amsterdam: Buijten & Schipperheijn, 1980) 64 pp.
11 Id., Op. cit., p.33,34.
12 Francis A. SCHAEFFER, Escape From Reason - A Penetrating Analysis of Trends in Modern Thought (Leicester: InterVarsity Press 1968) p.88.
13 Id., Op. cit., p.84. "I try to get them to consider the biblical system and truth without an appeal to blind authority - that is, as though believing meant believing just because one’s family did, or as though the intellect had no part in the matter."
14 Id., Op.cit., p.88.
15 H. BAVINCK, De zekerheid des geloofs (Kampen: J.H. Kok, z.j., 5e druk) p.25.
16 Willem J. OUWENEEL, Operatie Supermens - Een bijbels-biologische blik op de toekomst (Amsterdam: Buijten & Schipperheijn / Groningen: De Vuurbaak, 19762) p.160 e.v.
17 Alan HAYWARD, Op. cit., p.152.
18 Dordtse Leerregels, hoofdstuk 3, punt 3.
19 Belijdenis des Geloofs der Gereformeerde Kerken in Nederland, artikel 2.
20 Warren WIERSBE, Why Us- When Bad Things Happen to God’s People (Leicester: Inter-Varsity Press 1984) p.13. "A faith that can’t be tested, can’t be trusted"
21 Dale & Elaine RHOTON, Can We Know- (Minneapolis, Minnesota: Succesful Living, Inc., 1972) p.11. "Truth does not shrink from examination. Rather it welcomes the searchlight of the severest scrutiny, confident that it cannot be disproved."
22 Id., Op. cit., p.11,12. "A religion which discourages logical examination of its claims is tacitly admitting the doubtfulness of its position."
23 Alan HAYWARD, Op. cit., p.133.
24 Zijn bekendste boekje is wellicht Meer dan timmerman, uitgegeven door Telos en de Internationale Bijbelbond (Eng. editie 1977). Minder bekend, maar veel uitvoeriger, zijn zijn boeken Evidence That Demands A Verdict en More Evidence That Demands A Verdict, waarin hij resp. de pijlers van het christelijk geloof en de betrouwbaarheid van de Bijbel verdedigt. Deze boeken zijn uitgegeven door Campus Crusade for Christ, in resp 1972 en 1975. Zijn meest recente boek is een compilatie van de meest favoriete passages uit al zijn (12) boeken en draagt de titel A Ready Defense (compiled by Bill Wilson, uitgegeven door Here’s Life Publishers, z.j.).
25 Ik heb hierbij gebruik gemaakt van het artikel van A.J. HOOVER "Apologetics" in het Evangelical Dictionary of Theology, geschreven onder redactie van Walter A. ELWELL (Grand Rapids, Michigan: Baker Book House, 19864), p.68-70, doch enkele wijzigingen aangebracht en andere voorbeelden toegevoegd.
26 A.J. HOOVER, "God, Arguments for the Existence of" (in het in voetnoot 24 aangehaalde werk, p.447 e.v.).
27 Josh McDOWELL, Meer dan timmerman, p.20 e.v.
28 Zie p.185-270.
29 Michael GREEN, Toe nou, dat meen je niet!, p.124-140. Vgl.Wie is op de vlucht-, p.7-37.
30 Francis A. SCHAEFFER, Op. cit., p.93,94

Oorspronkelijk verschenen in Tijdschrift voor Theologie en Pastorale Counseling
5de jaargang, 1ste kwartaal 1993, nr. 17, p. 30-36
© Centrum voor Pastorale Counseling v.z.w.

Verduijn, Joost