print artikel
sluiten [x]

Inloggen

Toetsingscriteria voor geestesuitingen

Is dit van God?" is een vraag die vaak gesteld wordt aangaande geestesuitingen.
Het is van levensbelang voor een gebalanceerd geestelijk leven dat de gelovige onderscheid leert te maken tussen datgene wat door de Heilige Geest gegeven is en wat niet. Joost Verduijn neemt ons mee in de behandeling van een aantal criteria, die ons kunnen helpen dwaalwegen van Gods wegen te onderscheiden.

Inleiding

In het pastorale werk worden we de laatste tijd overspoeld met vragen over de verschillende stromingen die actief zijn binnen de (evangelische) christenheid. Mensen hebben gehoord van bepaalde samenkomsten, zijn daar naartoe gereisd in de hoop op iets bijzonders, en komen verward terug. Binnen de gemeente krijgen we allerhande tijdschriftjes en brieven van mensen die zich "profeet" noemen en die claimen geweldige openbaringen van de Heer ontvangen te hebben, en een zegen over ons te willen uitstorten die we niet mogen missen; we moeten naar hun conferenties toekomen.

Als onze gemeenteleden naar dergelijke bijeenkomsten willen gaan, welk advies geven we dan? Hoe moeten we denken over de inmiddels talrijke "profeten" die in brochures, brieven en boeken, in conferenties en op tapes zaken leren die op zijn zachtst gezegd nieuw zijn?

Hieronder geven we enkele "toetsingscriteria" om te helpen bij het onderscheiden of bepaalde leringen en werkingen van de Heilige Geest zouden kunnen zijn of niet.

1. Wordt Jezus Christus verheerlijkt?

De werking van de Heilige Geest zal altijd Jezus Christus verheerlijken (Joh.16:12-14). Niemand kan spontaan belijden dat Jezus Heer is, dan door de Heilige Geest en omgekeerd kan niemand die uit de Heilige Geest spreekt, Jezus vervloeken (1 Kor.12:3). Johannes voegt daar nog een theologische toetsing aan toe: "Iedere geest die belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God" (1 Joh.4:2). De belijdenis betreft zowel het feit als de persoon van de incarnatie 1. Het is dus belangrijk goed te luisteren welke "Jezus" gepredikt wordt.

Het gebruik van de naam van Jezus is geen garantie dat wat gezegd wordt ook werkelijk een waarheidsgetrouwe beschrijving is van de eniggeboren Zoon van de enig ware God. Paulus schrijft dat de Korintiërs het al te goed verdragen wanneer er een andere Jezus gepredikt wordt. Toen ik een samenkomst bezocht in Schelle (B) waar een spreker uit Toronto het woord zou voeren, werd een beeld geschetst van een Jezus wie het er, zowel op de bruiloft te Kana (letterlijk) als in diverse samenkomsten (figuurlijk), om te doen was de mensen dronken te voeren. Deze schets van Jezus was in ieder geval totaal vreemd aan de Jezus der Schrift, en toch leken de meeste mensen met de hele voordracht totaal geen moeite te hebben. Er zijn enkele boeken die op schokkende wijze aantonen hoe subtiel de misleiding kan zijn op dit vlak: Johanna MICHAELSEN, Het lieflijke gezicht van de boze, een christelijke kijk op paranormale verschijnselen (Hoornaar: Gideon, 1985) en Will BARON, Misleid door de New Age, ervaringen van een New Age prediker (Hoornaar: Gideon, 1990).

Daar het hier kan gaan om zeer subtiele verschillen, is waakzaamheid meer dan geboden. Wanneer men zaken zoals de maagdelijke geboorte 2 of de preëxistentie van Jezus, Zijn goddelijkheid of Zijn historiciteit niet eerbiedigt, is er duidelijk iets mis. Datzelfde geldt voor onderwijs dat weliswaar Christus of God niet direct naar beneden haalt, maar daarentegen ons probeert tot Zijn hoogte op te trekken, b.v. door de leerstelling dat wij evenzeer goden zijn. 3

2. Eenvoudige en loutere toewijding aan Christus

In zijn waarschuwing tegen de prediking van een andere Jezus, spreekt Paulus de vrees uit dat de gedachten van de Korintiërs afgetrokken zouden worden van de eenvoudige en loutere toewijding aan Christus (2 Kor.11:3).

Geen enkele manifestatie is bijbels, die de nadruk legt op de krachten die geschieden, en daarbij vraagt dat men zijn eenvoudige navolging van Jezus omruilt voor iets anders. Petrus schrijft dat we onze zielen door gehoorzaamheid aan de waarheid gereinigd hebben tot ongeveinsde broederliefde (1 Petr.1:22). Gehoorzaamheid aan de waarheid, eenvoudig achter Jezus aangaan (Joh.8:12) en doen wat Hij zegt (Luc.6:46, Joh.14:15) is alles wat God van ons vraagt. Wanneer u wordt wijsgemaakt dat er meer nodig is om een "echte christen" te zijn, wordt u misleid.

3. Wordt Gods Woord geëerbiedigd?

Het Woord van God is onze maatstaf en het hoogste gezag. Wanneer men een openbaring doorgeeft die afwijkt van het onderwijs van Christus en Zijn discipelen in die zin dat deze er niet mee te rijmen is, dan moet deze zonder pardon worden verworpen (Gal.1:6-9, 2 Kor.11:4, Rom.16:17,18).

Evenzo moeten we op onze hoede zijn wanneer men aan bepaalde Schriftgedeelten een totaal nieuwe uitleg geeft of een volkomen andere wending. Petrus zegt dat geen profetie der Schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat (2 Petr.1:20).

Het feit dat mensen een bijbel in de hand hebben of er zelfs uit voorlezen of citeren, garandeert geenszins dat hetgeen gebracht wordt in zijn totaal Gods goedkeuring wegdraagt. Wanneer Hinn b.v. op grond van het woord "heerschappij" in Gen.1 beweert dat Adam een superman was die kon vliegen 4, doet hij de tekst op een afschuwelijke manier geweld aan. Wanneer Robert Schuller (bekend van "The Hour of Power" en van het internationaal tijdschrift "Possibilities") zegt dat Jezus aan het kruis leed om Zijn zelfrespect te heiligen 5, spreekt hij over Jezus, haalt hij bijbelse gebeurtenissen aan, maar verkracht hij tegelijkertijd (ja precies daardoor) het evangelie. Hier wordt ook een andere Jezus gepredikt, waarbij Gods Woord wordt misbruikt. Gods Woord eerbiedigen, betekent dat we in alle oprechtheid, met toewijding en met de nodige voorzichtigheid, het Woord uitleggen (exegese); niet dat we er, om onze gedachten te ondersteunen, iets inleggen (eisegese).

We zijn als christenen geneigd het grootste gevaar te verwachten van uitgesproken anti-christelijke groeperingen, terwijl de Schrift juist zo waarschuwt voor mensen die vanuit ons eigen midden opstaan met misleidingen (vgl. 1 Joh.2:18,19, Hand.20:30). Als Jezus waarschuwt voor valse christussen en valse profeten die grote tekenen en wonderen doen, "zodat zij, ware het mogelijk, ook de uitverkorenen zouden verleiden" (Matt.24:24), dan moeten we beseffen dat de misleiding heel subtiel zal zijn en zich waarschijnlijk "christelijk" zal voordoen. Hoe zullen anders de uitverkorenen gevaar lopen zich te laten misleiden?

4. Mensen kunnen misleid zijn, zonder het zelf te beseffen

We zijn makkelijk geneigd mensen te vertrouwen omdat ze zo oprecht overkomen en zich werkelijk van geen kwaad bewust lijken te zijn. Het is echter heel gevaarlijk hier op af te gaan. Paulus schrijft aan de Korintiërs dat hij zich van geen kwaad bewust is, maar voegt daar aan toe: "... daardoor ben ik niet gerechtvaardigd" (1 Kor.4:4). Het feit dat men zich van geen kwaad bewust is, wil niet per se zeggen dat men ook geen kwaad doet. Wat dat betreft is Matt.7:15-23 zeer verhelderend, maar tegelijkertijd ontnuchterend.

Jezus waarschuwt in dit gedeelte tegen valse profeten en zegt dat "te dien dage" (d.i.: aan het eind der tijden) velen Hem met "Here" zullen aanspreken en melden dat ze in Jezus’ naam geprofeteerd hebben, boze geesten hebben uitgedreven en velerlei krachten hebben gedaan, maar dat Jezus hen toch nooit gekend heeft. Treffend is hier (vs.21-23) dat men kennelijk verbaasd is niet in het Koninkrijk der hemelen te worden binnengelaten. Het gedeelte wekt de indruk dat men, hoewel men een "valse profeet" was (zie de context), er toch op gerekend had de hemel wel binnen te komen.

Ga dus niet slechts af op het feit dat men zichzelf gelooft of oprecht overkomt; niet de eigen overtuiging der "profeten" is de toetssteen, doch het Woord van God. Vasthouden aan "de liefde tot de waarheid" is zeer essentieel, wil men behouden worden (2 Tess.2:9-12).

5. Een profetie die niet uitkomt, komt niet van God

Dit is een toets die duidelijk door de Schrift geleerd wordt in Deut.18:21,22. Als iemand een profetie uitspreekt die niet uitkomt, mag men weten dat hij niet door God gezonden is of namens Hem heeft gesproken, en moet men voor hem niet vrezen.

Hoe voor de hand liggend dit echter ook moge zijn, de toepassing hiervan in de praktijk brengt soms toch problemen met zich mee.

We hebben eens een gesprek gehad met een echtpaar dat serieus een scheiding overwoog. Er waren verschillende zaken die niet klopten, maar een van de cruciale zaken bleek te zijn (dat kwam na enkele gesprekken naar voren) dat de vrouw vroeger ooit een profetie had gehad dat ze zou trouwen met de jongen met wie ze toen verkeerde. Die relatie is uitgeraakt en later trouwde ze met iemand anders. Daar ze echter de profetie indertijd als woord van God had aangenomen, en er dus van uitging dat dat ooit nog in vervulling zou gaan, deed ze niet wat ze doen kon en doen moest om haar huwelijk te redden.

In deze situatie liet de vrouw zich meer leiden door een profetie die zogezegd namens de Heer was uitgesproken, dan door duidelijke bijbelse uitspraken over huwelijk en echtscheiding. Ze had toen ze trouwde - en misschien al eerder - de conclusie moeten trekken dat de uitgesproken woorden niet van God geweest waren en zich ten volle moeten wijden aan haar belofte van trouw aan degene met wie ze nu was getrouwd.

6. Een profetie die wél uitkomt, is niet altijd van God

Uit Deut.18 zou een onvoorzichtige lezer kunnen concluderen dat elke profetie die uitkomt dus van God is. Zo gemakkelijk liggen de zaken echter niet. In Deut.13:1-4 lezen we dat een profetie die wel uitkomt, maar de mensen van God aftrekt, zeker niet van God is. Jezus zegt dat men kan profeteren "in Zijn naam", zonder in gemeenschap met Hem te leven (Matt.7:21-23). Het lijdt geen twijfel dat ook waarzeggers en helderzienden uitspraken kunnen doen die waar zijn of waarheid bevatten. Veel mensen trekken daaruit de onterechte conclusie dat het dus wel goed zit met de bron. Deut.13 leert ons echter dat we ons niet alleen moeten afvragen of het gezegde waar is, maar ook waar het toe leidt; wat de uiteindelijke vrucht is. Dat brengt ons op het volgende punt.

7. De vrucht is een criterium

Ook dit is een les uit het reeds enkele malen aangehaalde gedeelte in Matt.7 (vs.16-20). Daarbij is het nuttig zowel de vraag te stellen wat de "bediening" uitwerkt in het leven van de persoon zelf als welke de vrucht is in de levens van de mensen die hij "bedient".

Wanneer iemand in ruzie leeft met anderen of in overspel, moeten we ons vragen stellen over de bediening die de persoon uitoefent. We zeggen niet dat God direct de gaven wegneemt 6. We zeggen wél dat iemand die in zonde leeft, in zijn bediening maar moeilijk de zegen van God kan meedragen en verspreiden. Ook dan handelt men zogezegd "in Jezus’ naam", zonder in gemeenschap met Hem te wandelen (zie weer Matt.7).

We hebben zelf meegemaakt dat een zogenaamde profeet in vrijwel elke relatie waarin hij betrokken werd, door zijn woorden verdeeldheid en scheiding veroorzaakte, tussen man en vrouw, tussen kinderen en ouders, tussen gemeenteleden en oudsten, doordat hij de problemen die zich voordeden in de levens van bepaalde gelovigen, toeschreef aan al dan niet bewust uitgesproken vloeken van familieleden, of aan de ongeestelijkheid van de partner, enz. Dat is een "vrucht" die sterk tegen hem pleit, hoe bijzonder zijn werking ook oogt.

8. Profetie is stichtend, vermanend en bemoedigend

Iemand uit onze gemeente is bij een zogenaamde profeet geweest, die hem voorhield dat zijn beeld van God, van de man en van andere zaken niet klopte, die zich kritisch uitte over de leiding van zijn gemeente en van de persoon in kwestie maar weinig meer heel liet. Tegen een ander gemeentelid zei hij dat God erg kwaad op hem was; dat voelde hij in zijn geest.

Wanneer iemand van de woorden die hij spreekt zegt dat ze van God afkomstig zijn en bepaalde zaken schijnt te weten die hij onmogelijk weten kan tenzij door de een of andere vorm van openbaring, zal men gauw geneigd zijn deze woorden als zodanig aan te nemen. Zelfs als men niet direct overtuigd is van de volledige juistheid van de profetie, zal men het moeilijk vinden de woorden zomaar naast zich neer te leggen, want stel dat ze inderdaad van God afkomstig zijn...

De Schrift leert ons echter dat profetie stichtend is; dat het opbouwt. Zelfs in het vermanende aspect ligt een stuk troost. 7 Wanneer een profetie je achterlaat met een gevoel afgebroken te zijn zonder dat er een uitweg wordt aangereikt, moet je deze naast je neerleggen. Wanneer de woorden van de liefdevolle God afkomstig zijn zullen ze, ook in geval van vermaning, de kenmerken bevatten van de liefde zoals deze beschreven staan in 1 Kor.13.

9. Wees nuchter en waakzaam

Wanneer een "profeet" u oproept uw kritisch denkvermogen uit te schakelen, is hij verkeerd bezig. Gehoorzaam daar niet aan! De Schrift roept herhaaldelijk op om nuchter en waakzaam te zijn, juist als het gaat om werkingen van de boze (1 Petr.5:8, vgl. 1:13 en 4:7, 1 Tess.5:6,8, 2 Tim.4:5).

In een samenkomst in Schelle (B) met een spreker uit Toronto, werd een "ontkurkingsceremonie" gehouden aan het begin van de samenkomst, waarin de Heer (?) werd gevraagd ons te ontdoen van o.m. de "kurk van het verstand" en van de "kurk van religie". Er was zelfs een speciaal lied bij: "Uncork us, Lord". Er werd gezegd dat we niet kritisch moesten analyseren. Immers, het koninkrijk van God bestaat uit kleine kinderen...

Eenzelfde uitspraak trof ik aan in "De Lichtbaak": "Het gaat er niet om dat we het met ons verstand moeten kunnen verklaren. We mogen als kinderen in het verstand zijn." 8

Op het eerste gezicht lijkt dit aannemelijk. De Schrift leert echter precies het tegenovergestelde: "Broeders, weest geen kinderen in het verstand (...); wordt in het verstand volwassen" (1 Kor.14:20).

Het koninkrijk der hemelen ontvangen als een kind is iets heel anders dan ons kritisch denkvermogen uitschakelen en ons verstand helemaal niet meer gebruiken. We wezen reeds op 2 Tess.2:10 waar ervoor wordt gewaarschuwd de liefde tot de waarheid niet los te laten; op die manier stelt men zich open voor misleiding.

Ik heb enige tijd geleden gesproken met een echtpaar dat naar verschillende zogenaamde opwekkingssamenkomsten was geweest. Daar was met hen gebeden en waren ze losgesproken van diverse demonische bindingen die ziekten bewerkten. Hoewel er geen enkele verandering plaatsvond, moest men geloven dat het wel gebeurd was (en op die manier zichzelf voor de gek houden). De wijze waarop alles in zijn werk ging, verontrustte het echtpaar, maar het verlangen naar "een aanraking van God" was groter dan het kritische analyseren. Uiteindelijk zeiden ze tegen me dat ze na al die ervaringen veel verwarder waren dan voordien; behalve het feit dat zijn gezondheid niet gebeterd was, was de man van het echtpaar nu ook bijna zijn geloof kwijtgeraakt...

Dave Roberts schrijft in zijn boek over de "Toronto blessing" dat hijzelf de meest diepgaande geestelijke ervaringen heeft gekend toen hij in een staat van dagdromen verkeerde en hij waarschuwt tegen een "angst-voor-misleiding". Zelfs als er met hen gebeden wordt door onvolwassen of gedemoniseerde christenen, moeten ze niet bang zijn... 9 Wat voor volgelingen worden er dan geboren? Geestelijk passieve mensen die niet waakzaam zijn en alles over zich heen laten komen (als het maar een goed gevoel geeft)?

10. Doet men de wil van de Vader?

Het gaat er niet om welke geweldige zaken we allemaal doen met gebruik van de naam van Jezus, alsof de slogan "in Jezus’ naam" elke handeling zou heiligen. Het gaat erom dat we doen "de wil van de Vader" (Matt.7:21). In het "Onze Vader" leert Jezus ons Zelf dat we moeten bidden "Uw wil geschiede". Dat was ook Zijn eigen houding in Getsémané (Matt.26:46) en trouwens in Zijn gehele bediening.

Het is daarom erg vreemd als er gezegd wordt dat we in het gebed zaken moeten "claimen" en dat het getuigt van ongeloof om te bidden "Uw wil geschiede". Was Jezus dan ongelovig?

We dienen ons te verzetten tegen dwalingen die ons voorhouden dat we de kracht van het gebed moeten aanwenden als een "kosmische wet",10 of dat we geroepen of bevoegd zijn om "het niet-zijnde tot aanzijn te roepen" door ons gebed, ons geloof of onze visualisatie.11

11. Respect voor de plaatselijke leiding

Uit de tweede Korintebrief blijkt dat er "schijnapostelen" waren die Paulus’ gezag trachtten te ondermijnen. Dat is iets wat regelmatig terugkomt vandaag de dag. Mensen die menen een bepaalde bediening en een bepaald gezag van God te hebben ontvangen, zetten al te gauw mensen op tegen de plaatselijke leiding of leiden hen een andere richting op zonder te overleggen met hen, die door de Heer aangesteld zijn om te waken over de zielen van die gelovigen (Hebr.13:17). De Schrift waarschuwt, niet zomaar een klacht tegen een oudste aan te nemen (1 Tim.5:19) en roept op zich aan de oudsten te onderwerpen (1 Petr.5:5). Wie daar tegen in gaat, gaat in tegen de door God gestelde orde en dus tegen God Zelf.

12. De wijsheid van boven is gezeglijk

Het is mij verschillende malen opgevallen dat sommige zogenaamde "mannen van God" absoluut niet openstaan voor correctie. Ze zijn zo rotsvast overtuigd van de juistheid van hun woorden en daden (en van de onjuistheid van die van anderen), dat er van enig open gesprek (waarin beide partijen naar elkaar luisteren) moeilijk of geen sprake kan zijn.

Jakobus zegt echter dat de wijsheid van boven gezeglijk is (Jak.3:17). Wanneer de wijsheid echt van God komt, zal men niet krampachtig vasthouden aan het eigen gelijk, maar openstaan voor een gesprek. Wie overtuigd is van de waarheid loopt immers geen risico wanneer hij in liefde en ootmoed luistert naar iemand die oprecht meent dat het anders moet zijn?

Ook Paulus roept op "laat u terecht brengen, laat u vermanen" (2 Kor.13:11).

13. Wantrouw alles wat de mens verhoogt of belangrijk wil doen zijn12

In een persoonlijk gesprek met een Engelse "profeet", merkte deze op dat hij nog nooit in zijn bediening, in het bidden voor een bepaalde vrouw (wat vele jaren in beslag genomen had) een fout had gemaakt of zich had vergist. Zo iemand is ofwel echt een supermens, of zeer misleid.

Benson Idahosa heeft een boek geschreven met de titel "Falen is ons vreemd". Dat klinkt heel anders dan de woorden van Jakobus "want wij struikelen allen in velerlei opzicht" (Jak.3:2) en de woorden van Johannes: "Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet" (1 Joh.1:8).

Paul Yonggi Cho schrijft in zijn boek "De vierde dimensie": "Als ik naar het podium ga, marcheer ik binnen als een generaal, in de wetenschap dat de boodschap die ik preek onder de zalving van de Heilige Geest is".13

Benny Hinn zei in een grote samenkomst: "Als ik zeg dat jullie op moeten gaan staan dan staan jullie op! Ik ben geen gewone prediker."14

Morris Cerullo schrijft in een nieuwsbrief over andere mensen "Zij hebben dezelfde zalving, die God op mijn leven heeft gelegd, dringend nodig".15

Ben ik misschien overgevoelig voor deze zaken, of is er inderdaad iets mis met de geest waaruit deze mensen op zo’n moment spreken?

Zonder daarmee direct te oordelen over de hele persoon en al zijn werk, geloof ik toch dat een dergelijke attitude niet past bij een dienstknecht van Jezus Christus die weet dat hij een zondaar was die door Gods genade behouden is.

14. Pas op met "persoonlijke leiding"

De normale manier waarop God Zijn kinderen leidt, is door Zijn Woord en Zijn Geest, in samenwerking met het verstand van de mens die zich aan Hem onderworpen heeft en niet door bezoeken van engelen en verschijningen van de Here Jezus.

We zeggen niet dat er geen engelenverschijningen kunnen voorkomen of dat Jezus niet zou kunnen of mogen verschijnen; we zeggen wél dat u uiterst terughoudend moet zijn wanneer men u vertelt over vele bezoeken van Jezus die uren lang met de persoon heeft staan praten.

Zegt de Schrift niet dat we wandelen in geloof en niet in aanschouwen? (2 Kor.5:8) En waarschuwt Jezus Zelf niet dat we op moeten passen als men ons zegt dat Jezus hier of daar gesignaleerd is (Matt.24)? We moeten voorzichtig zijn, want niet iedere engel is een engel van God en niet iedere verschijning van Jezus is een openbaring van de eniggeboren Zoon van God (zie de verwijzing naar de boeken van Baron en Michaelson onder punt 1). In de wetenschap dat we daardoor snel onder de indruk zijn, doet ook de satan zelf zich voor als een engel des lichts (2 Kor.11:4)...

Conclusie

Belangrijker dan dat de mensen een bijzondere ervaring hebben gehad die hen emotioneel een geweldige opkikker heeft gegeven, is dat men groeit in het geloof door een betere kennis van God en Zijn Woord. In plaats van passief te zijn om "zegen te ontvangen", moeten de mensen zich actief opstellen, veranderd worden in hun denken, gehoorzaam leren zijn aan de Heer en aan de waarheid die van Hem uitgaat.

Onze ervaring is dat mensen slechts op lange termijn geholpen zijn, als ze niet alleen een geweldige aanraking hebben gehad, maar vooral ook geleerd hebben hoe ze uit bepaalde problemen kunnen komen en hoe ze kunnen voorkomen er opnieuw in verzeild te raken. Regelmatig krijgen we mensen te begeleiden met wie wel gebeden is, maar die hoegenaamd niets van onderwijs ontvangen hebben en die na het samen bidden (al dan niet in een opvangcentrum) totaal niet weten hoe ze nu verder moeten. Keer op keer hebben we moeten concluderen dat de mensen die we begeleidden, ook waar nog demonische bindingen en emotionele verwondingen waren, in de eerste plaats onderwijs nodig hadden. Laten we dat belangrijke aspect van de hulpverlening, in een tijd waarin zoveel verwarring en misleiding is, toch niet vergeten!

EINDNOTEN:

  1. De kerkvader Cyrillus van Jeruzalem schrijft over de incarnatie, wanneer hij spreekt over het geloof in de maagdelijke geboorte: "Als de incarnatie een spook was (niet echt vlees en bloed, JV), dan is verlossing ook een spook" (Catechesen, IV,9).
  2. "In een interview dat hij in april 1984 gaf aan een krant, noemde Norman Peale (bekend van het boek "De kracht van het positief denken") de maagdelijke geboorte ‘een theologische luchtballon’ zonder wezenlijk belang voor ons eeuwige heil." (Dave HUNT en T.A. McMAHON, Christendom in verleiding, geestelijke onderscheiding in het laatst der dagen [Amsterdam: Stichting Moria, 1985], p.169.)
  3. Zie b.v. Kenneth Copeland, Kenneth Hagin e.a. Copeland schaamt er zich niet voor om, als hij leest over de Ik Ben, te zeggen: "Ja, Ik Ben ook", John F. MacARTHUR, Charismatic Chaos (Grand Rapids: Zondervan Publishing House, 1992, p.272. (Inmiddels ook uit in Nederlandse vertaling: "De charismatische verwarring").
    Van Hagin komt de uitspraak "De mens... is geschapen op voet van gelijkheid met God, en hij kon in Gods tegenwoordigheid staan zonder enig bewustzijn van minderwaardigheid... God heeft ons zoveel mogelijk als Zichzelf gemaakt... Hij maakte ons hetzelfde soort wezen als Hijzelf is". Geciteerd in Hank HANEGRAAFF, Christianity In Crisis (Eugene, Oregon: Harvest House, 1993), p.108.
  4. Geciteerd in Christianity in Crisis, p.119.
  5. Geciteerd in Christendom in verleiding, p.17.
  6. Paulus schrijft in Rom.11:29 dat de genadegaven en roeping Gods onberouwelijk zijn. Het feit dat we toch nogal eens gezien hebben dat mensen die in zonde leven toch "gewoon" hun "bediening" voortzetten en kennelijk gaven (van de Geest?) tentoonspreiden, heeft ons doen afvragen in hoeverre dit vers ook niet op dergelijke situaties van toepassing is.
  7. Het Griekse woord parakaleoo draagt in zich de betekenissen van zowel "vermanen" als "bemoedigen" of "bijstaan".
  8. De Lichtbaak, jr.21, nr.2 (maart-mei 1995), p.12. Dit is een blaadje dat uitgaat van A. Schenk uit Zwolle (NL).
  9. Dave ROBERTS, The ‘Toronto’ Blessing (Eastbourne: Kingsway Publications, 1994), pp.143,141.
  10. Hunt en McMahon halen in hun boek Christendom in verleiding enkele schokkende uitspraken aan van Norman Vincent Peale (bekend van de bestseller "De kracht van het positief denken") en Paul Yonggi Cho (resp. pp.118 en 126).
  11. Paul Yonggi CHO, De vierde dimensie. Hoe u uw geloof kunt gebruiken als de sleutel tot een succesvol leven (Zeist: Stichting Ezra - Druk Gideon, z.j.), hfst.1.
  12. Dit toetsingscriterium is evenals het volgende afgeleid uit de waarschuwingen die D. Martyn Lloyd-Jones geeft in zijn boek Prove All Things. The Sovereign Work of the Holy Spirit(Eastbourne: Kingsway Publications, 1985), hfst.5.
  13. De vierde dimensie, p.89.
  14. Dit citaat komt uit het maandblad De Oogst. Helaas staan de data niet op de pagina’s die ik ontvangen heb. Het artikel draagt het opschrift "‘Showmaster’ Hinn".
  15. Nieuwsbrief, gedateerd op 14/10/93.

Oorspronkelijk verschenen in Tijdschrift voor Theologie en Pastorale Counseling
7de jaargang, 4de kwartaal 1995, nr. 28, p. 8-14
© Centrum voor Pastorale Counseling v.z.w.

Verduijn, Joost