Hartstochtelijke liefde en reinheid: De boodschap van het boek Hooglied (2)
Het motto van Hooglied
Er zijn vier teksten, waarin hetzelfde motto voorkomt. "Ik bezweer jullie, dochters van Jeruzalem ..." (2:7, 3:5, 5:8, 8:4). In het tweede gedeelte van het mottovers volgt de inhoud van de bezwering. Deze is precies hetzelfde bij de eerste twee, iets heel anders bij de derde en gedeeltelijk hetzelfde bij de vierde. Het is het motto van Hooglied bij uitstek. Dat woord moet telkens weer gehoord worden. Is er een ontwikkeling door de herhaling en de varianten? Het is een emotioneel intensieve boodschap, uitgedrukt door het: ik bezweer jullie. Je ziet als het ware, dat de spreekster de dochters van Jeruzalem door elkaar schudt: ik bezweer jullie.[1] Het is daarna onmogelijk om nog gemakkelijk om die boodschap heen te wandelen. Een emotionele kracht heeft je aangesproken, geraakt.
[1] Es kan een discussie zijn, of in 2:7 het meisje spreekt, of dat het een woord van lering is, dat letterkundig op deze plaats ingevoegd is. Nu is het inderdaad moeilijk voorstelbaar, dat als het meisje aan het vrijen is (2:6), de dochters van Jeruzalem aan het toekijken zijn. Het moet dus een ingevoegd woord ter lering zijn, maar wel van het meisje tot de dochters van Jeruzalem gericht, als zij bericht over haar eigen ervaringen. Dat het woord inderdaad van het meisje stamt en niet van een mogelijke manlijke hoofdschrijver (Salomo), blijkt uit het antwoord van de dochters aan het meisje in 5:8-9.
Het is vreemd, dat het jullie van de dochters van Jeruzalem in het Hebreeuws niet vrouwelijk maar manlijk is. Nu is dit in het Hebreeuws van Hooglied niet een alleen voorkomend verschijnsel. In die taal kan veel. Het kan echter zijn, dat hier een dubbele bodem is. Hooglied is immers een wijsheidsboek. De dochters worden aangesproken, maar hun manlijke geliefden zullen het ook horen en zijn zo mee ingesloten. Wel worden de dochters (als eersten) aangesproken.
