Over pestkoppen en zondebokken (2)
Een pastorale benadering van ‘pesten'
Pesten is een groepsgebeuren
Omdat de hele groep betrokken partij is bij een pestproblematiek,[1] is het belangrijk om ook de hele groep bij het zoeken naar een oplossing te betrekken. Een concreet actieprogramma[2] is er op gericht om op korte termijn het pesten onmiddellijk te stoppen, ondersteuning te bieden aan het gepeste kind en de afspraken uit een eerder gemaakte gedragscode op te volgen. Op langere termijn wil een dergelijk programma waardering voor regelvolgend gedrag zichtbaar maken en voorzien in een aanzet voor individuele hulpverlening aan pestkoppen én gepeste kinderen. De kernpunten van het actieprogramma kunnen vertaald worden in drie doelen: sensibiliseren, signaleren en interveniëren.
[1] Zie Dirk LEMMENS, Over pestkoppen en zondebokken..., in TijdSchrift, jaargang 10, nr. 42, p. 23-25.
[2] De opbouw van het behandelde actieprogramma tegen pesten is overgenomen uit: Veerle STEVENS en Paulette VAN OOST, Pesten op school, Een actieprogramma, Garant, Leuven/Apeldoorn, 1996, p. 15, 117-141. Het is samengevat en lichtjes aangepast naar de context van een christelijke gemeente toe. Dit boek biedt overigens een praktisch en zeer gedetailleerd programma om pesten op school aan te pakken. Voor wie dieper op de praktische aanpak van het pestprobleem wil ingaan, is dit boek zeker een aanrader.
[2] Zie ook Kol. 3:20-21.
