Bezorgdheid over relaties
Petrus 5:8 is voor velen een troost en bemoediging: "Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u." Het wordt vaak geciteerd wanneer het over bezorgdheid gaat. Het lijkt wel een tekst voor mensen die tobben of die met depressie kampen. Ongetwijfeld kunnen ze daar veel steun in vinden en is dit Woord levend en krachtig om een worstelend hart te versterken. Alhoewel dit vers een geestelijk principe bevat dat geldt voor elke vorm van bezorgdheid, gaat het in eerste instantie over tobben dat te maken heeft met zorgwekkende relaties.Moeizame relaties
Petrus heeft het over oudsten, die leiding geven. Hij schrijft ook over jongeren, die zich behoren te onderwerpen. De context is er één van relaties, waarin gezag en gehoorzaamheid aan de orde zijn. Herders geven leiding aan schapen. Schapen zijn geen gemakkelijke dieren om zorg voor te dragen. Het valt niet mee om ze uit de moeilijkheden te houden. De herder die schapen verzorgt kan niet vermijden dat zijn motieven worden getoetst. Geeft hij leiding uit vrije beweging, naar Gods wil- Of heerst er winzucht en autoritair controle uitoefenen- Het valt niet altijd mee, want de kudde kan koppig zijn. Het hoogste gezag, namelijk dat van God, is echter de nederigste dienaar (Hand. 17:25; Fil. 2). Wie onder dat gezag staat en leiding geeft aan anderen, staat dus voor de onmenselijke, maar goddelijke taak, om nederig te dienen. Juist die dienstbaarheid naar het karakter van God, draagt gezag in zich dat de kudde kan hoeden.
Ook de jongeren zitten in een moeilijke situatie. Ze staan onder gezag dat niet altijd de bereidwillige dienstbaarheid van Christus uitstraalt. Ze zijn jong, en willen wel eens wat anders, anders dan wat het gezag aangeeft. Nederigheid is hun roeping, maar ook moeilijke opgave. Ook dat is onmenselijk, want van nature wil een mens zijn eigen zaken kunnen regelen: "Niemand hoeft mij te vertellen hoe ik moet leven." De bereidheid om je te laten leiden is nu juist datgene wat Jezus heeft voorgeleefd. Juist die bereidwilligheid maakt mogelijk dat God werkzaam is.
In die context zegt Petrus: "Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u." De tekst is een aanhaling van Psalm 55:23. Daar bevindt David zich in een pijnlijke situatie. Zijn vriend werd zijn vijand. Ze kunnen niet meer samen door dezelfde tempeldeur om God te loven. De relatie is kapot. Van een vijand kan je nog begrijpen dat hij zich tegen je verzet. Maar wanneer een vriend zich vijandig gedraagt, veroorzaakt dat mateloos leed. In die context openbaart God zich als degene op wie David zijn bekommernis mag werpen. Petrus bevestigt dat wanneer relaties problemen veroorzaken, God diegene is bij wie je mag schuilen.
Geen eigen kracht. Wacht!
Spontaan ga je niet schuilen bij God. Spontaan kom je in opstand. Spontaan eis je je recht op. Spontaan reageer je als leider dictatoriaal. Spontaan kom je als ondergeschikte in opstand. Spontaan oefen je controle uit, manipuleer je de omstandigheden en zet je in naam van jouw rechtvaardige zaak, en vaak in naam van God, de dingen naar jouw hand. Spontaan wacht je niet op God, maar verzet je alles op aarde om toch je recht te doen gelden. Wachten op beweging uit de hemel duurt je te lang.
Wachten snijdt in je vlees. Het kruisigt je verlangens en ontdoet je van je rechten, zelfs van je rechtvaardige rechten. Dat doet diep pijn. Dat maakt boos en bang. Met boosheid blaas je jezelf op, om met kracht te heersen over de bedreiging. Met angst trek je je terug en kruip je in een schuilplaats die toch geen vrede biedt. Dan ga je reageren alsof God niet opriep om je bekommernis op Hem te werpen, alsof Hij niet de soevereine macht heeft. Om dat laatste draait het immers: God is bij machte! Als je dat gelooft, is het niet zo moeilijk om op Hem te wachten. Dan verneder je je onder Zijn machtige hand.
De hand van God
Dit is schokkend: de onrechtvaardige machtsuitoefening van de leider of de ongezeggelijke reactie van de ander is ‘onder de machtige hand van God'. Het is de machtige hand van God. God laat het toe en God bestuurt het. Dat betekent niet dat Hij het goedkeurt, maar wel dat Hij, zelfs in onrechtvaardigheid van mensen, Zijn plan uitwerkt. Hij doet werkelijk alles meewerken ten goede. De zorgwekkende relatie is Gods gelegenheid om jouw hart te veranderen. Jouw opdracht is jezelf te vernederen onder die machtige hand. Dat is de houding die Jezus aannam. Jouw roeping is om tegen je zondig natuurlijk reactiepatroon van boosheid en angst in, de weg van Christus bewandelen. Op die weg wordt in je vlees gesneden. Maar je mag ook weten dat Zijn macht daadkracht heeft. Hij kan zo ingrijpen en de omstandigheden wijzigen, voor zover dat past in Zijn plan. Zijn macht biedt veiligheid: Hij zorgt voor jou, zelfs in moeilijke relationele omstandigheden. Hij gebruikt ze om in jouw hart iets goed tot stand te brengen, wat in gemakkelijke omstandigheden niet zou kunnen.
Vrees hoef je je niet aan te laten jagen. Sara noemde Abraham Heer en liet zich geen schrik aanjagen (1 Petr. 3:6). Je zou voor minder bang worden, want zij werd door haar man tot twee keer toe gedropt in de harem van een ander. Toch noemde ze hem heer. Het is het bewustzijn van Gods soevereiniteit en Zijn volmaakte liefde die maakt dat de vrees wordt uitgedreven (1 Joh. 4:18).
Vrees voor mensen is overbodig. Zelfs vrees voor een brullende leeuw is niet nodig. Petrus vergelijkt de duivel met een leeuw. Jouw strijd is niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden en machten in de hemelse gewesten (Ef. 6:12). De vrees daarvoor drijft je naar de enige schuilplaats: onder de machtige hand van God. Door te naderen tot God ontvang je bevrijding (Jak. 4:7). Tegen Gods hand vermag de vijand niets.
Kiezen voor het kruis
Nederig schuilen bij God openbaart je werkelijke positie: je wordt te zijnertijd verhoogd. Verhoging loopt via de weg van nederigheid. De weg naar omhoog gaat naar beneden. Heerlijkheid wordt openbaar na kruisiging. Dat kruis is niet datgene wat jou in het leven overkomt, in de zin van ‘Ieder huisje heeft zijn kruisje' of ‘de tuchtiging des Heren', iets wat je noodgedwongen ondergaat. Ieder mens, gelovig of ongelovig, ondergaat waanzinnig pijnlijke omstandigheden. Gelovigen en ongelovigen overleven die ook. Kruisiging is iets anders. Jouw kruis is de bewuste vrije keuze voor een dood die je niet hoefde te ondergaan, maar die je op je nam om God te dienen. Het is een lijden dat je wordt toegemeten, omdat je kiest om onder de hand machtige van God te leven. Jezus zegt dat het er op aankomt jezelf te vernederen (Matt. 23:12). Het is het vrijwillig dragen van de gevolgen van de zonde van een ander, op het moment dat die ander een vijand is. Ongedwongen dienstbaarheid aan het welzijn van de ander door opoffering van jezelf. Aan een dergelijk kruis wordt de vijand ook in jouw leven onttroont en openlijk tentoongesteld.
Het kruis is waar je terechtkomt wanneer je vrijwillig de weg van God gaat. Je stelt je dan bloot aan de oorlogszucht van de tegenstander, zodat je lijden ondervindt dat hoort bij wat de gelovigen in de wereld vrijwillig ondergaan. Het paradoxale is, dat juist wanneer je je daar aan overgeeft, de vrede van God over je komt. De Vredevorst brengt niet een vredig gevoel door vredige omstandigheden, maar vrede te midden van de vijandelijkheden. De Vredevorst regeert in de oorlog. Hij verlost jouw ziel in vrede van de strijd tegen jou (Ps. 55:19). De strijd is niet weg, maar je hebt de vrede die alle verstand te boven gaat, omdat God, in wiens nabijheid je verkeert, je hart en je gedachten behoedt (Fil. 4:4-9).
Zo wordt de tegenstander ontwapend, want hij verliest zijn bruggehoofd van rebellie in het leven van wie zich nederig schikt onder de hand van God. De nederige kan mee bewegen met wat God tot stand wil brengen en laat zich niet meeslepen in een menselijke en demonische machtstrijd. De nederige draagt geestelijke autoriteit in onderwerping. De nederige laat blijmoedig afnemen wat hem op aarde toebehoort, omdat hij weet dat hij een beter en blijvend bezit heeft (Hebr. 10:34). In jouw vrijwillige kruisiging, wanneer de soevereiniteit van God jouw wil omvat, wandel je niet in eigen werkvermogen, maar in de kracht die Christus uit de dood heeft opgewekt. Dan is je lijden, net zoals voor Jezus, een leerschool van gehoorzaamheid (Hebr. 5:8). Gehoorzaamheid onder de hand van God en maakt Gods gezag en dus Zijn Koninkrijk zichtbaar. Nederigheid verslaat de tegenstander en vestigt de hoop op God die volmaakt, bevestigt, sterkt en grondvest.
Ik ben met u
God kan zorgen, omdat Hij bij machte is en altijd nabij is. Het is wonderlijk dat God bij mensen wil zijn! Immanuël, God met ons! Wie met Kerst ‘vrede op aarde' zingt, wil vaak genieten van rust, geen strijd. De komst van Jezus is echter de komst van de Vredevorst, de Here der Heerscharen, de Krijgsheld die de vijand overwint en Vredevorst is te midden van de strijd. Oorlog alom! De Vredevorst baant de weg, doorheen het slagveld van wereld, naar het beloofd land. Kijk waar de nabijheid van God toe leidt:
Zie, ik ben met je, Izaak, wanneer je op zoek bent naar ruimte om te wonen en naar water (Gen. 26). Ik ben met je, Jakob, om je terug te brengen naar dit land (Gen. 28). Ik ben met je, Mozes, om het volk uit te leiden naar het land (Ex. 3). Ik ben met je, Jozua, om het land in te nemen (Joz. 1, 3). Ik ben met je, Gideon, om de vijand te verslaan en het land te bevrijden (Richt. 6). Ik ben met je, David, om je vijanden uit te roeien (2 Sam. 7). Ik ben met je, Israël, om je van alle tegenstand in te verlossen (Jes. 41, 43). Ik ben met je, Jeremia, om je te bevrijden van je tegenstanders (Jer. 1, 19). De lijst "Ik ben met je" is nog langer en geldt ook voor jou: "En zie, Ik ben met je al de dagen tot aan de voleinding der wereld." (Matt. 28:20).
Dat de Here nabij is, heeft een doel! Hij is met je, niet voor een vaag religieus gevoel van Zijn aanwezigheid, maar om je bij te staan in een specifieke opdracht, ondanks of relaties om je heen belastend werken. Is er twijfel in je hart, zoals bij de discipelen in Matteüs 28, na de opstanding en voor het zendingsbevel- Jezus komt naderbij en bevestigt dat aan Hem alle macht is gegeven in de hemel en op de aarde. Als Hij zegt: "Ga heen," dan is het in Zijn kracht ook mogelijk om jouw roeping uit te voeren. Het is in deze roeping dat Jezus met je is. Zijn nabijheid dringt tot actie in de missie die over je leven ligt. Je handelt onder Zijn machtige hand. En Hij zal je verhogen op Zijn tijd.
Metamorfose, Magazine voor pastoraat en hulpverlening
20ste jaargang, 1ste kwartaal 2010, nr 85, p. 4-6
© Centrum voor pastorale Counseling, v.z.w.
