Keuzes maken in de probleemanalyse
Bert en Sandra wandelen mijn gespreksruimte binnen, en zoeken elk aan een hoek van de tafel, pal tegenover elkaar, een plekje. Nog terwijl ik Bert een kopje koffie geef, en nog voordat ik mezelf heb kunnen voorstellen, snauwt Sandra: " Je weet het thuis ook altijd zo goed, dus vertel jij nu hier ook maar wat er aan de hand is."
Sandra is 33 en werkt halftijds in een restaurant. Ze was de derde van zes kinderen. Aan haar jeugd heeft ze alleen maar nare herinneringen overgehouden: haar vader was alcoholist, zij en haar zusje zijn misbruikt door haar oudste broer, en toen Sandra 14 was heeft haar vader het gezin verlaten voor een andere vrouw. In de volgende vijf jaar heeft haar moeder drie keer een andere vriend gehad, en heeft Sandra gezien hoe elk van deze mannen haar moeder mishandelde. Toen ze 19 was, is ze, na een korte maar heftige verkeringstijd, getrouwd met een zes jaar oudere man. Na vier jaar is ze van hem gescheiden omwille van een ernstig gokprobleem. Op haar 25e verjaardag is ze getrouwd met een jeugdvriend, maar twee jaar later weer van hem gescheiden omdat hij overmatig dronk en haar sloeg. In die periode heeft ze op haar werk vriendschap gesloten met een christen collegaatje, en heeft ze na enkele maanden de Heer aangenomen. In eerste instantie nam ze erg enthousiast deel aan het gemeenteleven. Na enkele maanden ging ze echter samenwonen met een ongelovige man en verwaterde haar geloofsleven.
Bert is 36, en is monteur. Hij is als kind opgegroeid in de Hervormde Kerk, maar heeft al meer dan 15 jaar geen voet meer in een kerk gezet. Hij heeft een vaag idee van wat de Bijbel zegt, maar begrijpt het evangelie niet. Zes jaar geleden heeft zijn vrouw hem verlaten omwille van zijn drugsprobleem, en is ze samen met hun twee kinderen naar de andere kant van het land verhuisd. Hij heeft hun sindsdien niet meer gezien, en heeft niets meer van hun gehoord. Drie jaar later heeft hij, om dezelfde reden, zijn werk in een grote garage verloren, en is hij verzeild geraakt in de hard drugs. Hij is op straat beland, en heeft Sandra ontmoet tijdens een kerstdiner voor daklozen dat door haar gemeente georganiseerd werd. Ze wonen intussen zeven maanden samen.
Bert vertelt: "Tijdens dat kerstdiner was het zowel voor Sandra als voor mezelf liefde op het eerste zicht. Twee maanden later zijn we gaan samenwonen, en de eerste periode was geweldig, maar na drie maanden wilde Sandra plotseling geen seks meer. Ik ben echter geen christen, en ik snap niet wat ik fout gedaan heb. Ze zei dat dat van haar geloof niet mocht. Ik snap niet waarom het eerst wel mocht, en daarna plots niet meer."
Sandra springt Bert bij, en zegt: "Hij heeft het ook niet fout gedaan, ik heb een fout begaan. Ik had nooit ongetrouwd met hem mogen gaan samenwonen, en geen seksuele relatie met hem mogen beginnen. Ik was toen echter ver bij God vandaan, maar heb intussen vergeving gevraagd, en wil weer op Zijn weg wandelen. Ik wil dus geen seks meer voordat we getrouwd zijn."
Uit het verdere gesprek blijkt dat er nog heel wat andere dingen zijn die spanning geven tussen Bert en Sandra: ze vinden het heel moeilijk om op een zinvolle manier met elkaar te communiceren. Bert vindt dat Sandra de hele dag "kwebbelt", zonder dat hij er een touw aan vast kan knopen. Sandra vindt dat Bert helemaal niet praat, en zijn gevoelens niet laat zien. Ze zegt dat ze hier nood aan heeft, maar Bert zegt dan weer dat ze hem als een sergeant commandeert, en dat hij dan al lang geen zin meer heeft om zich nog voor haar open te stellen. Geen van beiden hebben ze thuis gezien hoe een evenwichtig huwelijk zou moeten functioneren, en beiden zijn ze erg zwak in het betonen en het ontvangen van liefde.
Verder vertelt Sandra dat ze wel wil geloven dat Bert vrij van drugs is, maar neemt ze toch aanstoot aan zijn alcoholgebruik: hij mag van haar wel een pilsje drinken, maar niet meer dan drie per dag. Ze struikelt ook over het gegeven dat Bert nog verschillende schulden heeft uitstaan, en vindt dat zij daar niet moet voor opdraaien wanneer ze trouwen.
Voorlopige probleemanalyse
Bij het ontwikkelen van een voorlopige probleemanalyse word ik geconfronteerd met een veelheid van problemen:
- Seksualiteit: dit is de "aanmeldingsklacht". Meestal is deze klacht slechts een symptoom van een onderliggend probleem. Dit is ook bij Bert en Sandra het geval: de vraag die ze moeten beantwoorden is niet zozeer of ze al dan niet seksualiteit mogen hebben, maar zit dieper geworteld in de vraag naar het bestaansrecht van hun relatie.
De manier hoe ze deze klacht presenteren, toont echter gelijk aan dat de motivatie van Sandra op een totaal verschillend niveau ligt dan die van Bert: Sandra is tot hernieuwde toewijding aan de Heer gekomen, maar vindt tegelijk dat Bert moet veranderen om tot een goede relatie te kunnen komen. In haar verlangen naar verandering, heeft ze Bert als het ware "bij de haren" naar het gesprek meegesleurd. Bert begrijpt echter niet goed wat er aan de hand is, en vindt eigenlijk ook niet dat er een probleem is. Hij vindt de relatie prima zoals ze is, en ervaart totaal geen behoefte om op de vraag van Sandra in te gaan.
Tenzij dit opgelost wordt, zal dit zeker een probleem gaan vormen in de begeleiding. - Bert is geen christen: Bert geeft zelf al aan dat het feit dat Sandra christen is, en hij niet, hun relatie onder druk zet.
Het is voor mij op dit moment reeds duidelijk dat, tenzij Bert een beslissing voor de Heer neemt, een huwelijk tussen hun beiden uitgesloten is.
Een bijkomend probleem voor mijzelf als begeleider, is dat ik Bert, omdat hij geen christen is, niet kan aanspreken op Gods Woord. Het zal dus eerste prioriteit worden om Bert het evangelie te verkondigen, en uit te dagen om een beslissing voor de Heer Jezus te nemen. - Communicatie: het is voor Bert en Sandra onmogelijk om een inhoudelijk gesprek over een knelpunt te voeren zonder dat dit ontaardt in een heftige ruzie.
Uiteraard zal dit de begeleiding ernstig bemoeilijken, tenzij ze op korte termijn leren om min of meer normaal met elkaar te communiceren. - Geven/ontvangen van liefde: zowel Bert als Sandra zijn erg beperkt in hun mogelijkheden om liefde te geven en te ontvangen. Dit heeft te maken met hun persoonlijke geschiedenis, maar meer dan waarschijnlijk ook met het feit dat er geen gezonde basis is voor hun relatie.
- Alcoholgebruik, schulden en werkloosheid van Bert: voor Sandra zijn dit ernstige struikelblokken in hun relatie. Ze stelt als voorwaarde dat deze opgeruimd worden voordat ze beslist van met Bert te trouwen.
- Bazige gedrag van Sandra: dit is voor Bert meer een punt van voortdurende ergernis dan een fundamenteel struikelblok. Het is echter duidelijk dat Sandra het hoofd is in deze relatie, en dat dit een belangrijke factor vormt in de vele ruzies die ze met elkaar hebben.
- Ongetrouwd samenwonen: Sandra ervaart het feit dat ze ongetrouwd samenwonen als een probleem in haar relatie met God, terwijl Bert hier helemaal geen probleem ziet. Hij zou het liefst gewoon de draad weer oppakken, en teruggaan naar de situatie van de eerste maanden van hun relatie.
- Zijn ze vrij om te hertrouwen? Noch Bert, noch Sandra stellen zichzelf deze vraag. Ikzelf heb bedenkingen bij de situatie van zowel Bert als Sandra. Voordat ik bereid ben om hun relatie te ondersteunen, uit te diepen, en hun mogelijks tot een huwelijk te begeleiden, wil ik antwoord op deze vraag.
Keuze in de probleemanalyse
Omdat het onmogelijk is om een gezamenlijke begeleiding op grond van Gods Woord op te starten wanneer slechts één van beide partners christen is, en omdat het voor Bert een kwestie van eeuwig leven of de eeuwige dood is, besluit ik om prioriteit te geven aan het verkondigen van het evangelie.
Ik besluit om een tweede spoor te openen en om samen met hun te gaan oefenen in het verbeteren van hun communicatie: indien deze immers niet verbetert, is het onmogelijk om een normaal hulpverlening gesprek met hen te voeren.
Dat betekent dat ik, voorlopig althans, alle andere problemen die genoemd zijn, laat liggen. Ook de kwesties van het ongetrouwd samenwonen en het vrij zijn om te trouwen laat ik op dit moment onaangeroerd. Ik ga er van uit dat ik deze op een later moment in de begeleiding vanuit de Bijbel met hun zal kunnen bespreken.
Een goede afloop?
In de loop van de volgende drie maanden heb ik nog vijf gesprekken met Bert en Sandra gehad. Ik heb Bert twee keer het evangelie uitgelegd, maar ben er niet in geslaagd om zijn hart te bereiken. Na het tweede gesprek heeft hij echter beslist om de zaak zelf verder uit te zoeken, en heeft hij contact opgenomen met de predikant van Sandra. Deze heeft hem nogmaals de genade boodschap uitgelegd, en in het derde gesprek vertelt Bert mij enthousiast dat hij christen geworden is.
Het vierde gesprek besteden we aan het opstellen van een gezamenlijk plan van aanpak, maar tijdens het vijfde gesprek delen Bert en Sandra mij mee dat ze samen tot de conclusie gekomen zijn dat de basis van hun relatie te zwak is, en de knelpunten te veelvuldig zijn om aan een huwelijk te denken: ze hebben hun relatie beëindigd, en Bert woont voorlopig bij zijn broer.
De keuze om prioriteit te geven aan evangelisatie bleek een juiste keuze te zijn: ze zijn intussen beiden lid in dezelfde gemeente, en worden vanuit het pastoraal team begeleid in hun eigen persoonlijke en geestelijke groei.
Metamorfose, Magazine voor pastoraat en hulpverlening
19e jaargang, 4de kwartaal 2009, nr 84, p.22-23
© Centrum voor Pastorale Counseling, v.z.w.
Lemmens, Dirk
