print artikel
sluiten [x]

Inloggen

Theologie gescheiden van psychotherapie?


Antwoorden op het vraagstuk van de integratie tussen geloof en hulpverlening worden verwoord in zogenaamde integratiemodellen. Deze modellen bevinden zich op een continuüm met aan de ene kant volledige scheiding van, en aan de andere kant vergevorderde integratie tussen de seculiere methoden en een christelijk model.
 (Carter, 1977; Crabb, 1977; Johnson & Jones, 2000; Kruisman, 1980).

We delen de integratiemodellen als volgt in: (1) theologie gescheiden van psychotherapie, (2) theologie gemengd met psychologie, (3) theologie tegenover psychologie, (4) theologie en psychologie geïntegreerd, (5) theologie en psychologie in één meta-verhaal (allesomvattend geheel). In dit artikel wordt het eerste model behandeld.

Theologie gescheiden van psychotherapie.
Deze benadering houdt de terreinen van theologie en psychotherapie gescheiden. Ze grenzen misschien wel aan elkaar, maar ze vergen een geëigende methodiek, die niet uitwisselbaar is. Daarom moeten psychologie en theologie zich vanuit hun eigen perspectief om hun specifiek terrein bekommeren en alleen daar hun specifieke competentie inzetten. De terreinen zijn zelfstandig en moeten apart worden gehouden (Du Boeuff & Kuiper, 1950; Jeeves, 1997; Mackay, 1979; Myers, 1978). Tussen de gebieden is er geen interactie en dus ook geen conflict.

Seculiere counseling en christelijke counseling zijn in deze opvatting gelijkwaardig, omdat alle gebieden van het leven belangrijk zijn en specifieke aandacht behoeven. Er moet dus onderscheid worden gemaakt tussen psychische problemen, die een psychologische aanpak behoeven, en geestelijke problemen, die een pastoraal-theologische benadering nodig hebben. Wel kunnen er zich parallelprocessen voordoen, zoals bijvoorbeeld bij bekering waar geestelijke en psychische processen beschreven zouden kunnen worden. Het parallellisme leidt echter niet tot een geïntegreerde aanpak. De parallellen horen elk in hun eigen wereld thuis.
Het model van de scheiding heeft als onmiddellijk gevolg dat op het terrein van de hulpverlening de theologie zich moet onderwerpen aan het gezag van de psychotherapie. De hoofdvraag in deze benadering is nu of we met een geloofs- of met een psychisch probleem te maken hebben. Dat heeft tot gevolg dat bij de behandeling van psychische problemen geloof geen rol speelt.

Deze benadering leidt soms tot de driedeling: het lichaam is voor de arts, de psyche voor de psycholoog en de geest voor de pastor.

Bedenkingen
Het christendom groeide in een sterk hellenistische cultuur, die dualistisch in haar denken was. De geestelijke en de materiële werkelijkheid waren twee gescheiden gebieden. Kennis kwam voort uit redeneren. In de brief aan de Korintiërs gaat Paulus tegen dit denken in. Werkelijk kennen komt voort uit openbaring (1 Kor. 2:6-16). In de eeuwen dat het Westen ‘christelijk' was, was deze overtuiging ook sterk aanwezig. Maar na de Renaissance, met zijn ‘herontdekking' van het Griekse denken en de tijd van de Verlichting, komt de Rede weer centraal te staan. Christen hulpverleners die dit dualistisch denken meedragen, zien geestelijk leven als apart domein van het menselijk functioneren of vinden in elk geval dat ze zich als hulpverlener niet op dat terrein mogen bewegen. Ze leggen nadruk op kennis van de seculiere wetenschap in de hulpverleningspraktijk.

De strikte verdeling van de mens in drie gebieden (geest, ziel en lichaam) is kunstmatig. Het ene gebied grenst aan het andere. Of nog verder: ze vormen alle drie dimensies waarin een probleem tegelijkertijd tot uiting komt. Iets is dan niet strikt geestelijk, psychisch of lichamelijk. Hoe kunnen lichaam, psyche en geest gescheiden worden gehouden? Een Bijbelse antropologie schildert de mens als eenheid (Berkhouwer, 1957; Erickson, 1985).
De zogenaamde psychische problemen gaan meestal over dingen als schuld en schuldgevoelens, angst en bezorgdheid, wrok, woede, relatieproblemen en dergelijke. Onderwerpen waarover de Bijbel heel wat te zeggen heeft! In de praktijk zijn deze psychische problemen niet te scheiden van de geestelijke.

In een Bijbels denkkader kan God nooit gereduceerd worden tot een ‘vakje'. God en geloof houden verband met elk facet van de mens. Door de heiliging komt Gods invloed steeds meer tot uiting in het geheel van de mens, niet alleen in het geestelijke. Wij pleiten voor een bio-psycho-sociaal-spiritueel model, waarin alle facetten met elkaar verweven zijn en het geestelijke heiligingsproces het geheel van het mens-zijn omvat (vgl. 1 Tes. 5:23). We kunnen het lichaam, de ziel, de geest en het sociale differentiëren, maar dit mag niet leiden tot een beschrijving die uitgaat van een interactie tussen losstaande facetten. In hun functioneren zijn ze altijd geïntegreerd. Het psychisch functioneren staat niet los van de lichamelijke, sociale en spirituele aspecten. Het spirituele heeft geen bestaansbasis buiten de andere facetten. En het geheel kan geestelijk (onder invloed van Gods Geest) of ongeestelijk (vleselijk, los van God) functioneren. Dat Jezus Heer is, heeft alles te maken met Zijn betrokkenheid en zeggenschap over alles aspecten van het leven.

Een volgende bedenking is dat, ondanks het feit dat beide benaderingen als gelijkwaardig voorgesteld worden - voor zover ze hun competentie uitoefenen op hun eigen terrein - het vaak voorkomt dat de seculiere psychotherapie als wetenschappelijk wordt getaxeerd en de christelijke benadering als onwetenschappelijk. Bovendien worden vanuit psychologisch perspectief geestelijke problemen meestal als psychisch gedefinieerd, waardoor de geestelijke component wordt gereduceerd tot het psychische.

Een laatste overweging is dat christelijke professionaliteit niet betekent het toepassen van (wetenschappelijk) verantwoorde methoden, uitgevoerd door een christen die dit in zijn houding laat zien. Christelijke hulpverlening wordt weliswaar uitgevoerd door een christen, maar zijn christen-zijn maakt de hulpverlening niet christelijk. Christelijke hulpverlening maakt gebruik van geëigende methoden die het geestelijk aspect van de mens expliciet aanspreken. Christendom profileert zich expliciet op het vlak van levensovertuiging, moraal, het werk van de Heilige Geest in het hulpverleningsproces, et cetera. Christenhulpverleners die seculiere methoden gebruiken, zonder het christen zijn te expliciteren, vernauwen de expressie van hun professionaliteit tot een methodisch handelen met een christelijke attitude die geen behoefte heeft aan christelijke verbale explicitatie of aan het werk van de Heilige Geest in het psychisch functioneren van mensen.

Theologie gescheiden van psychotherapie? Nee dus!

Literatuur
Berkhouwer, G. C. (1957). De mens het beeld Gods. Kampen: Kok.
Carter, J. D. (1977). Secular and sacred models of psychology. La Mirade: Rosemead.
Crabb, L. J. (1977). Effective biblical counseling. Grand Rapids: Zondervan.
Du Boeuff, C. W., & Kuiper, P. C. (1950). Psychotherapie en zielzorg. Utrecht: Erven J. Bijleveld.
Erickson, M. J. (1985). Christian theology. Grand Rapids: Baker Book House.
Jeeves, M. (1997). Human nature at the millennium. Grand Rapids, MI: Baker.
Johnson, E. L., & Jones, S. L. (Eds.). (2000). Psychology & Christianity: four views. Downers Grove: InterVarsity Press.
Kruisman, T. (1980). Op weg naar integratie tussen geloof en psychotherapie. In T. Kruisman (Ed.), Een breed perspectief. Driebergen: Stichting Ontwikkeling Evangelische Hulpverlening.
Mackay, D. M. (1979). Human science and human diginity. London: Hodder & Stoughton.
Myers, D. G. (1978). The human puzzle: psychological research and Christian belief. New York: Harper & Row.

 

Metamorfose, Magazine voor pastoraat en hulpverlening
19e jaargang, 4de kwartaal 2009, nr 84, p. 8 - 9
© Centrum voor Pastorale Counseling v.z.w.

 

De Vriese, Jef