print artikel
sluiten [x]

Inloggen

De stress van de pastor

In dit artikel belicht Dirk Lemmens een aantal factoren die er toe bijdragen dat het werk in de gemeente zo stresserend kan zijn. In een volgend artikel geeft hij, aan de hand van een aantal bijbelse voorbeelden, aan hoe je als gemeentewerker op een zinvolle manier met deze stress kan omgaan.

Inleiding

Mensen die te lang of te zwaar onder spanning staan, gaan dit als een last ervaren: ze ervaren stress. Als deze stress een onaanvaardbaar niveau bereikt, wordt hun functioneren er in meerdere of in mindere mate door gehinderd. Een deel van de herderlijke taak bestaat er uit om deze ‘schapen’, die afgemat, in de war en ontmoedigd zijn, te verkwikken en te herstellen tot bruikbaarheid.

De herder zelf staat echter ook bloot aan allerhande vormen van stress. Gedeeltelijk komt deze stress voort uit het feit dat de herder voortdurend geconfronteerd wordt met de moeite en de problemen van anderen, gedeeltelijk komt hij voort uit de manier waarop deze zijn eigen leven en bediening organiseert.

Stress is een reactie

Stress is niet hetzelfde als drukte. Het is niet de drukte die, of het levensritme dat, in eerste instantie aanleiding geeft tot spanning, maar veeleer de manier hoe je er tegenaan kijkt. Stress is een grotendeels lichamelijke reactie op de omstandigheden waarmee je geconfronteerd wordt.

Heel het lichaam wordt, als het ware, in de hoogste staat van paraatheid gebracht, om de moeilijke situatie waarmee je geconfronteerd wordt, aan te kunnen. De ademhaling wordt sneller en krachtiger, de bloeddruk stijgt en het hart gaat sneller kloppen. "Op die manier worden zuurstof en energie efficiënter rondgevoerd door het lichaam. De meest vitale organen zoals hersenen, hart, nieren en longen krijgen hierbij voorrang; van minder essentiële organen zoals milt en ingewanden wordt de toevoer tijdelijk verminderd. Door het vernauwen van de bloedvaten in de huid (we zien bleek van spanning!) en in het maag- darmstelsel gaat meer bloed naar de spieren en de hersenen... De optimale bloedtoevoer samen met de stimulerende werking op de hersenen van sommige stresshormonen zorgt ervoor dat onze verstandelijke capaciteiten gestimuleerd worden - we denken sneller, efficiënter... Onze hersenen produceren tijdens stress-situaties een soort natuurlijke morfine of opium, endorfine genaamd. Dit helpt ons niet alleen om pijn beter te verdragen, maar het is ook een lichaamseigen pepmiddel. Mede hierdoor kan presteren onder stress ons een kick geven, waar we zelfs verslaafd aan kunnen raken... Het is duidelijk dat zo’n topmobilisatie van het organisme niet lang kan duren. Het lichaam zou zichzelf gaan afbreken als de reserves eenmaal zijn opgebruikt."1

Een aanvaardbaar niveau

Toch kan een gezonde dosis stress op zich geen kwaad: zonder stress zou het leven elke uitdaging missen, en zo saai worden, dat het onuitstaanbaar zou worden. Stress geeft kleur aan het leven. Een goed gedoseerd stressniveau helpt ons om alert te blijven, en om goed werk te leveren.

Vaak zoeken we de stress bewust (of onbewust) op, om op die manier beter en creatiever werk te verrichten. Hoewel ik vaak maanden van tevoren weet dat ik ergens moet gaan spreken, begin ik gewoonlijk pas aan de voorbereiding op het moment dat het echt nodig is. De druk van binnen enkele dagen klaar te moeten zijn, verhoogt blijkbaar de creativiteit en de productiviteit. Voor sommigen is het ontbreken van een zekere spanning, van nieuwe uitdagingen, zelfs de directe aanleiding tot diepgaande persoonlijke problemen.

Al te vaak sta je echter bloot aan negatieve stress, omdat de stress een zodanig niveau bereikt heeft, of zo lang duurt, dat hij ons niet meer helpt, maar hindert in ons functioneren. Een overdosis aan stress heeft een sterke negatieve invloed op ons functioneren: je raakt er geestelijk en lichamelijk volkomen door uitgeput.

Stressgevoelig of stressbestendig

Niet iedereen ervaart een optimale stressbelasting onder dezelfde omstandigheden. Sommigen zijn erg "stressbestendig", anderen zijn erg "stressgevoelig". Wat voor de één een uitdaging is, is voor de ander een onoverkomelijke hindernis. Misschien voel je, alleen bij de gedachte de voorbereiding voor een belangrijke toespraak te laten liggen tot het allerlaatste moment, de stress al opkomen ...

Het moment waarop een aanvaardbaar stressniveau onaanvaardbaar wordt, is erg persoonsgebonden. Het wordt enerzijds bepaald door de heftigheid waarmee je lichaam op een spannende situatie reageert, maar anderzijds zeer zeker ook door de manier waarop je omgaat met een aantal stress producerende factoren.

Waar het om gaat is dus niet het vermijden van stress, maar wel: stress op een zodanige manier hanteren dat hij je stimuleert in je werk en in je bediening, in plaats van je te hinderen, en misschien zelfs te vernietigen. De kunst is dus om de lichamelijke stressreactie zodanig te hanteren dat ze niet je vijand blijft, maar tot een wapen in je hand wordt. Om dit te kunnen, moet je leren onderscheiden welk stressniveau negatief doorwerkt in je leven, en welk positief.

Positieve en negatieve stress

Voor optimale productiviteit moet een optimale stress nagestreefd worden. Schematisch kan je de relatie tussen het stressniveau en de productiviteit als volgt voorstellen (schema).

Zowel onderbelasting (hypostress) als overbelasting (hyperstress) zijn negatieve vormen van stress: de één legt je lam door een gebrek aan spanning, de ander ondermijnt je door een teveel aan spanning. Ergens daartussen ligt de belasting waarop je optimaal functioneert (eustress). Deze positieve vorm van stress wordt gekenmerkt door enthousiasme, creativiteit en arbeidsvreugde. Wie onder optimale stress werkt heeft zin in zijn werk, en ziet een onverwachte situatie niet als een probleem, maar veeleer als een uitdaging.

De één zal zich goed voelen in een rustige baan, met een rustig gezin, zonder veel onverwachte omstandigheden, en zal daarbij niet de behoefte ervaren om in de gemeente er nog allerlei dingen bij te gaan doen. De ander zal, ondanks zijn drukke baan waar hij voortdurend creatief op veranderingen moet inspelen, ook in de gemeente nog heel wat drukte op zich nemen, en er zich goed bij voelen. Zo moet ieder voor zichzelf het stressniveau zoeken waarop hij goed functioneert.

Waarschuwingssignalen

Als je in de gemeente actief bezig bent met pastoraat, dan is het waarschijnlijk dat je meer te lijden hebt van ‘hyperstress’ dan van ‘hypostress’... Daarom is het belangrijk om de signalen die je lichaam geeft als het zijn grens dreigt te bereiken, te leren herkennen en interpreteren.

Heb je ooit wel eens het idee gehad dat je geleefd werd door de dingen, in plaats dat je ze in de hand had, en er zelf richting aan gaf- Je hebt dan het gevoel dat je altijd maar tijd tekort komt, en dingen die je vroeger plezier verschaften, worden nu een last: het rinkelen van de telefoon is een bedreiging geworden, brieven blijven onbeantwoord liggen, bezoekjes worden steeds weer uitgesteld, er blijft geen tijd over om de dingen voor te bereiden, er blijft geen tijd meer om een boek te lezen, en zelfs het lezen van Gods Woord verschaft je niet meer hetzelfde plezier als vroeger.

Eerst vertel je jezelf nog dat het volgende maand of volgend jaar vanzelf wel zal verbeteren, maar de harde realiteit is dat, tenzij je er zélf wat aan doet, de zaken alleen maar verergeren! De uit de hand gelopen stresssituatie zet zich door en gaat uiteindelijk niet alleen je eigen functioneren, maar ook je gezin, je bediening, je geestelijk leven en zelfs je lichaam aanvreten. Je raakt in een aantal vicieuze cirkels, waar elk van de componenten de ander weer negatief gaat beïnvloeden. Je bent zo moe dat je niet kan slapen, daardoor word je minder creatief in je werk en bediening, waardoor je nog vermoeider wordt en nog slechter kan slapen... Allerlei lichamelijke alarmsignalen (hoofdpijn, maagpijn, pijn op de borst,...) vormen een bron van bezorgdheid, die dan weer verder je veerkracht gaat ondermijnen. Daarbij ga je, door de toegenomen druk, door allerlei irritaties, of door onvoldoende tijd vrij te maken, de relaties met je gezinsleden en vrienden onder druk zetten. Op die manier vernietig je zélf het netwerk van relaties die je tot steun zouden kunnen zijn. En misschien wel het ergst van alles: ook de relatie met God komt op een laag pitje te staan, soms zelfs een érg laag pitje...

Het is belangrijk om de waarschuwingssignalen van een onaanvaardbaar stressniveau op tijd onder ogen te zien, en ze ernstig te nemen. Indien ze tijdig onderkend worden, vormen ze meestal (nog) geen probleem op zich. Wel zijn ze symptomen van een onderliggend en ernstiger probleem. Deze waarschuwingssignalen kunnen oneindig veel verschillende vormen aannemen, en ze verschillen van persoon tot persoon. Ze omvatten onder andere:

Burn-out

Enige tijd geleden werd ik opgebeld door een voorganger van een gemeente. Toen ik vroeg hoe het met hem ging, barstte hij in tranen uit en zei: "Ik denk niet dat ik geschikt ben voor dit werk. Het is te veel. Ik kan het niet langer aan. Telkens als de telefoon rinkelt, lijkt het alsof er een stalen band rond mijn maag gespannen wordt. Geregeld barst ik, zonder reden, in tranen uit. Ik ben zo gespannen dat ik me afreageer op mijn vrouw en kinderen. Ik vertel iedereen dat het goed is om Stille Tijd te houden, maar zelf kom ik er niet aan toe. Als dit zo blijft doorgaan, stop ik met mijn bediening, en zoek ik ergens een baan waar ik niet met mensen hoef te werken."

Ik ben bang dat deze voorganger geen geïsoleerd geval vormt. Indien een stress-situatie als extreem moeilijk ervaren wordt, en daarbij een lange tijd aanhoudt, kan dit leiden tot een toestand van algehele geestelijke en lichamelijke uitputting. In een dergelijk geval spreekt men ook wel van ‘burn-out’: het lijkt er op of al je energie is opgebrand zodat er geen veerkracht meer overblijft.

"De lichamelijke uitputting wordt gekenmerkt door gebrek aan energie, een slap gevoel, voortdurende vermoeidheid, gemakkelijk bij ongevalletjes betrokken raken, toenemende lichamelijke klachten en ziekte, spijsverteringsstoornissen, vermageren of aankomen, slaapstoornissen.

De psychische uitputting neemt nogal eens de vorm aan van depressie, hulpeloosheid, radeloosheid, depersonalisatie en het gevoel geen kant meer op te kunnen. Er treedt als het ware een persoonlijkheidsverandering op met verminderde persoonlijke betrokkenheid, verlies van zelfvertrouwen, verlies van eigenwaarde, verhoogd cynisme, gevoel leeg te zijn, niets meer te bieden te hebben, gevoel van vervreemding. De persoon voelt zich labiel, huilt of lacht om niets en voelt zich ontevreden met zichzelf, met het werk en met zijn leven."2

Het kan jaren duren vooraleer iemand er na een ernstige burn-out weer bovenop geraakt. Sommigen vinden nooit hun oude veerkracht terug.

Factoren die stress produceren

We leven in een tijd van stress, met een hoog levensritme, hevige concurrentie en een snelle opeenvolging van veranderingen. Voorgangers en verantwoordelijken in de gemeente ontsnappen hier niet aan. De voorganger werkt vaak lange uren, en er komt ontzettend veel op hem af. Soms moet hij, naast het gemeentewerk, nog een deeltijdse baan zoeken, om in het onderhoud van zijn gezin te voorzien. Oudsten en verantwoordelijken zijn vaak mensen die, naast een drukke baan in de maatschappij, zich ook nog eens voluit inzetten in de gemeente.

William Hulme begint zijn boek over stress management voor christenwerkers als volgt: "Tijdens de staking van de luchtverkeersleiders in 1981, vergeleek Martin Marty, redacteur van het blad Christian Century, op een ietwat cynische manier de stress van de verkeersleiders met die van de voorganger. Er van uitgaande dat, naargelang het aantal stressproducerende factoren toeneemt, het aantal werkuren moet afnemen en het salaris moet stijgen, beschrijft hij de situatie van een voorganger. Marty begint zijn berekening bij een "typisch" salaris van $ 33.000, en een werkweek van 70 uur. Van de voorganger wordt verwacht dat hij de waarheid spreekt, op het risico dat hij de stad wordt uitgejaagd. Dit is stress! Salaris omhoog! Aantal werkuren omlaag! Als een verdediger van het geloof, loopt de voorganger, al bedoelt hij het goed, het risico om te blunderen, en zo een gemeentelid tegen zich in het harnas te jagen. Dit is stress! Salaris omhoog! Aantal werkuren omlaag! Hij is degene die een jaloerse echtgenoot er van moet overtuigen om zijn wapen in te leveren! Dit is stress! Salaris omhoog! Aantal werkuren omlaag! Hij moet niet alleen bijbelstudies geven aan de jeugdgroep, maar hun ook begeleiden op uitstapjes! Dit is stress! Salaris omhoog! Aantal werkuren omlaag!

Als hij in zijn berekening rekening houdt met deze en een aantal andere stressfactoren, komt Marty tot de conclusie dat een voorgangerssalaris $ 93.000 per jaar zou moeten bedragen, en dat zijn werklast zou moeten verlaagd worden tot één uur per week!"3

Een aantal stressproducerende factoren zijn sterk aanwezig in, of eigen aan het gemeentewerk. Om er goed mee om te gaan, is het belangrijk om ze onder ogen te zien.

Het probleem van de plaatsbepaling

Onduidelijke rolpatronen en concurrentie geven aanleiding tot verhoogde stress en verziekte relaties, die dan op hun beurt ook weer stressverwekkend zijn. Het is niet voor niets dat de Bijbel zo duidelijk is betreffende de plaatsbepaling in verschillende sociale netwerken, zoals gezin, werk, gemeente en maatschappij.4

Ook in groepen die op zich wel goed gestructureerd zijn, maar waar de groepsleden niet goed geïnformeerd zijn, en dus niet weten waar ze aan toe zijn, verhoogt het stressniveau onnodig.

Daarom is het van het allergrootste belang dat de gemeente een goede, duidelijke en tegelijk flexibele structuur heeft, met duidelijkheid over rolpatronen en functies. Al te vaak zijn gemeentes hier óf te strak, óf te onduidelijk gestructureerd, en jagen zo de negatieve stress van hun herders omhoog, en hun effectiviteit omlaag. Het is belangrijk dat een gemeentewerker niet in concurrentie staat (of zich in concurrentie ziet) met zijn collega’s, en dat hij duidelijkheid heeft over zijn rol en zijn functie.

- Onduidelijke positie

Als je positie in de gemeente niet duidelijk is, wordt het al te gemakkelijk om jezelf in concurrentie met je medeverantwoordelijken te zien! Voor je bediening ben je afhankelijk van de gemeenteleden die je dient: je hebt een pastorale bediening omdat de gemeenteleden met wie je werkt je op pastoraal vlak vertrouwen, en een ambt bekleed je, omdat de gemeente je in dat ambt bevestigd heeft. De Bijbel geeft daarbij toch zelf aan dat een opziener ‘onbesproken’ (1 Tim. 3:2) moet zijn-

Daarbij komt, als stressverwekker, ook nog de ‘concurrentie’ met het beeld van de ideale pastorale werker dat je zelf in je hoofd hebt. Misschien wordt dit beeld gevoed door het verlangen om te worden als een pastoraal werker die je zeer bewondert. Of misschien wil je eerlijk en oprecht groeien in het beeld van Christus. Of je neemt de woorden van Paulus ter harte: "Wordt mijn navolgers, gelijk ook ik Christus navolg." (1 Kor. 11:1).

Het probleem bij dit alles is echter de moeilijkheid om je eigen resultaten (en dus ook die van een ander!) te meten. Wanneer gaat het goed met je pastorale bediening- Hoe weet je dat- Wat was jouw pastorale bijdrage in de geestelijke groei van een gemeentelid, en wat was de invloed van andere oorzaken (personen)- Wat, als je pastoraal bij iemand betrokken bent, en die vindt dat het nu wel goed gaat, terwijl jij zelf van mening bent dat er nu genoeg ‘puin geruimd’ is om eindelijk eens de échte problemen aan te pakken- Hoe evalueer je dat-

Bovenstaande vragen kunnen bij de pastorale werker heel wat onzekerheid tot stand brengen, die dan weer aanleiding kan geven tot heel wat stress.

- Onduidelijke functie: de nood

Weinig oudsten of voorgangers hebben een duidelijke taakomschrijving. Hun taakomschrijving beperkt zich vaak tot vage slogans als: "De gemeente leiden." of "Pastorale zorg aan de gemeente verschaffen." Zelden wordt daarbij enige aanduiding gegeven van hoe dat moet gebeuren, hoeveel tijd dat moet gaan kosten, en op welke manier er verantwoording moet afgelegd worden.

Vooral degene die voltijds voor de gemeente werkt, heeft zelden vaste werkuren, en een ‘baas’ die boven hem staat. Dit mag dan voor een buitenstaander een benijdenswaardige situatie lijken, maar het betekent ook dat hij geen enkele vorm van leiding of toetsing krijgt bij het nemen van beslissingen, of het bepalen van prioriteiten. Dit is een bijzonder stressverwekkende situatie. Geen vaste werkuren betekent dat je niet te laat op je werk kan komen, maar hoe weet je dan wat ‘op tijd’ is- En hoe weet je wanneer je mag stoppen- Of wanneer je een vrije dag mag nemen- Daar komt nog bij dat iemand die naar waarheid durft te zeggen dat hij het druk heeft, vaak als egoïstisch, ongeestelijk of hard wordt afgeschilderd.

Je wordt dan gemakkelijk in een situatie gedrongen dat je maar oppakt wat er zich aan je voordoet: je doet wat je hand vindt om te doen. Op het eerste zicht lijkt dit een zeer geestelijke ingesteldheid, maar wie zich laat leiden door de nood, laat zich meer dan waarschijnlijk niet leiden door Gods Geest! Je moet dus voortdurend keuzes maken, en beslissingen nemen wat je eerst en laatst zal doen. De Heer Jezus zelf geeft aan dat er meer te doen is dan wat door de beschikbare mensen gedaan kan worden: "De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig. Bidt daarom de Heer van de oogst, dat Hij arbeiders uitzende in zijn oogst." (Matt. 9:37-38). Vervolgens beslist Hij om zijn drukke (en succesvolle!) onderwijsprogramma te onderbreken, om een deel van zijn taak te delegeren aan mensen die Hij zorgvuldig uitgekozen en opgeleid had (Matt. 10:1-42). We lezen verder dat Jezus, nadat Hij prioriteit gegeven had aan het delegeren van een aantal taken, zijn eigen bezigheden weer oppakt: "En het geschiedde, toen Jezus zijn bevelen aan zijn twaalf discipelen ten einde had gebracht, dat Hij vandaar vertrok om te leren en te prediken in hun steden." (Matt. 11:1).

- Onduidelijke functie: verwachtingen

Een ambt of een bediening brengt een aantal verwachtingen met zich mee. Als voorganger of pastor word je soms volledig afgekraakt (en ook dat brengt negatieve stress met zich mee...), maar tegelijk wordt er ook van je verwacht dat je je gedraagt als een ‘geestelijke superman’: je bent perfect, je twijfelt nooit, je bezit alle gaven, je hebt alle antwoorden. Misschien ben je zelfs wel vrij van zonde... Deze verwachtingen strekken zich vaak ook uit naar het gezin van de gemeentewerker: daar zijn nooit spanningen (en zeker geen ruzie!), hij heeft een perfecte vrouw, en schatten van kinderen. Gedeeltelijk is dit te verklaren omdat de gemeenteleden je alleen maar zien als je in ‘je beste gedrag’ bent. Als je pastoraat verleent, lijk je immers perfect te zijn, alle antwoorden te hebben, en nooit je geduld te verliezen. Als je 's ochtends echter humeurig uit bed kruipt, of 's avonds, na een drukke dag, geïrriteerd op de kinderen reageert, zijn diezelfde gemeenteleden niet in de buurt om getuige te zijn van jouw falen...

Het verlangen om aan dit imago tegemoet te komen, kan de gemeentewerker, en zijn gezin, heel wat negatieve stress bezorgen. Niet alleen moet hij zelf zo goed als perfect overkomen, maar ook zijn vrouw en zijn kinderen. Vele oudsten en voorgangers verwachten daarom meer van hun eigen vrouw en kinderen, dan van de anderen in de gemeente. Als het bewaren van een imago de drijfveer wordt voor een heilige levenswandel, is er echter iets grondig fout.

Als je geleefd wordt door verwachtingen, word je, behalve dat je onder druk gezet wordt door de nood, ook nog een keer onder druk gezet door de verwachtingen. Je hebt dan te kampen met de verschillende, en meestal tegenstrijdige verwachtingen van verschillende partijen: die van je medeoudsten, die van je gezinsleden, die van de gemeenteleden, ... en misschien wel bovenal met wat je dénkt dat de verwachtingen van al die partijen zijn. Opnieuw een recept voor negatieve stress!

Wie zich laat leiden door verwachtingen van mensen, wordt de speelbal van een aantal oncontroleerbare factoren, en ook hij functioneert meer dan waarschijnlijk niet onder de leiding van de Heilige Geest. Daarbij is het onmogelijk om gelijktijdig tegemoet te komen aan al die tegenstrijdige verwachtingen. Je kan het gewoon niet iedereen naar de zin maken. Maar gelukkig hoeft dat ook niet: je hebt maar één Heer, en je hoeft dus ook maar tegemoet te komen aan de verwachtingen van die ene Heer! Als je verantwoordelijkheid draagt in de gemeente, moet je durven om, in afhankelijkheid van God, je eigen beslissingen te nemen, desnoods tegen ieders verwachtingen in. Dit is de enige manier om een ‘eindeloze’ taak te reduceren tot een ‘doenbare’ taak.

Een taak die eindeloos lijkt, verwekt negatieve stress: altijd maar meer mensen, meer problemen, meer werk... Na de ene begeleiding volgt de andere, in een schijnbaar eeuwigdurende stroom. Hoe effectiever je daarbij in je pastoraat te werk gaat, hoe meer mensen met problemen je zal aantrekken. Om de stress tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen, moet je durven beslissingen te nemen. Vaak tegen de verwachtingen van mensen in.

Het probleem van de onvoorspelbaarheid

Wie bezig is met de herderlijke taak, is bezig met mensen. Dat maakt de zaak niet eenvoudiger. Mensen komen soms op onverwachte manieren uit de hoek: als je steun verwachtte, laten ze je soms in de kou staan, en als je denkt dankbaarheid te ontvangen, krijg je kritiek. Op termijn kan deze onvoorspelbaarheid een bron van ernstige negatieve stress gaan vormen.

Je weet dat wat je in een pastoraal gesprek zegt, loodzwaar kan doorwegen in het leven van een gemeentelid, maar wat als je een fout maakt- Wat als je de dingen misschien wel goed uitgelegd hebt, maar als de confident je verkeerd begrijpt- Wat als je probleemanalyse verkeerd is, en je daardoor ook een verkeerd advies geeft- Wat als de fouten die jij gemaakt hebt, grote negatieve gevolgen in het leven van een gemeentelid teweegbrengen- Hoe ga je daar mee om- Pastoraat is nu eenmaal geen snoepautomaat waar je het gepaste muntstuk insteekt, op het juiste knopje drukt, en je er dan ook kan op rekenen dat het gewenste stuk snoep er uitvalt. Er spelen in het pastoraat zoveel onzekere factoren mee, dat je de uitkomst nooit kan voorspellen.

Het probleem van de controle

Zoals je de uitkomst van de pastorale relatie niet kan voorspellen, is het vaak ook bijzonder moeilijk om haar verloop te beïnvloeden: je kan er slechts minimale controle op uitoefenen. Controle werkt stressverlagend. Zo is drukte waar je, op het moment dat je dat zelf wil, een einde kan aan maken (of waarvan je zelfs maar het idee hebt dat je er zelf een einde kan aan maken!) minder stressverwekkend dan drukte waar je geen invloed kan op uitoefenen (of geen invloed denkt te kunnen op uitoefen).

Misschien heb je zelf wel haarfijn inzicht in de problematiek van een gemeentelid, maar het blijft maar de vraag of dit gemeentelid de zaak ook bespreekbaar wil stellen. Je kan proberen om de wil aan te spreken, maar dat zal niet altijd lukken. Soms moet je er dan gewoon mee leven dat iemand er op dit moment nog niet aan toe is om verandering in zijn leven te bewerken, hoewel je er zelf van overtuigd bent dat dit perfect mogelijk zou zijn.

Daarbij komt het probleem van pastorale begeleidingen die niet goed lopen. Ook al geloof je dat het voor de confident beter zou zijn om de gesprekken (voorlopig) stop te zetten, toch kan de beslissing om de hulpverlening stop te zetten en de confident zo te dwingen om zelf verder te gaan, grote spanningen met zich meebrengen. Mensen loslaten is niet eenvoudig, zeker niet als je de mogelijkheid van een ‘terugval’ duidelijk voor ogen ziet. Had je langer moeten doorgaan- Had je het anders moeten aanpakken- Het feit dat je op deze vragen nooit een duidelijk antwoord zal krijgen, illustreert het onvermogen om de pastorale relatie te beïnvloeden, en verhoogt de stress voor de pastor.

Het probleem van de kwaliteit van leven

Mensen die plezier beleven aan hun werk, hebben minder last van negatieve stress dan mensen die hun werk tegen hun zin doen, ook als ze, objectief gezien, aan een grotere druk blootstaan. Hierin schuilt ongetwijfeld een grote reden waarom heel wat gemeentewerkers zo veel werk kunnen verzetten, zonder aan de spanning te bezwijken. Datgene wat ze in de gemeente doen, heeft hetzelfde effect als het beoefenen van een hobby: het werkt ontspannend in plaats van stresserend.

Toch is voor velen het gemeentewerk een belangrijke bron van onaanvaardbare stress, mede omdat het op een negatieve manier de kwaliteit van hun leven beïnvloedt. Vaak heeft dit te maken met overdreven drukte, maar ook andere factoren kunnen meespelen.

- Financiële druk

Vooral wie voltijds in het gemeentewerk staat, ervaart vaak een grote financiële druk: de vraag of er voldoende geld zal zijn om de rekeningen of een onverwachte uitgave te betalen, het feit dat er voor de kinderen minder middelen kunnen vrijgemaakt worden dan dat ze zien bij hun leeftijdgenootjes, de frustratie van tijd, die eigenlijk voor de bediening bestemd is, te moeten investeren in het vinden van extra fondsen.

Financiële zorgen zijn een bron van negatieve stress. Het is dan ook waarschijnlijk dat een voorganger die genoeg heeft, in de gemeente beter zal functioneren dan een voorganger die steeds nét niet genoeg heeft om de eindjes aan elkaar te knopen. Wie genoeg heeft, zal al zijn energie kunnen besteden aan de taak die voor hem ligt. Paulus zegt het als volgt: "Want in de wet van Mozes staat geschreven: Gij zult een dorsende os niet muilbanden. Bemoeit God zich soms met de ossen- Of zegt Hij dit in elk geval om onzentwil- Ja, om onzentwil werd het geschreven, omdat de ploeger moet ploegen in hope, en wie dorst (moet dorsen) in de hoop zijn deel te ontvangen." (1 Kor. 9:9-10).

Paulus gaat er van uit dat de gemeente voor wie hij zich inspant, ook op een redelijke manier in zijn onderhoud zal voorzien: "Of hebben alleen Barnabas en ik geen bevoegdheid om vrij te blijven van handenarbeid- Wie doet ooit dienst in het leger, en betaalt zijn eigen soldij- Wie plant een wijngaard zonder de vrucht daarvan te genieten- Of wie weidt een kudde en geniet niet van de melk der kudde- ... Zo heeft de Here ook voor de verkondigers van het evangelie de regel gesteld, dat zij van het evangelie leven." (1 Kor. 9:6-14).

Deze regel is door God ingesteld, maar Paulus is wel bereid om zélf (controle werkt stressverlagend!) van zijn recht op onderhoud af te zien, als hij van mening is dat dit een hindernis voor het evangelie zou kunnen vormen: "Doch wij hebben van deze bevoegdheid geen gebruik gemaakt, maar wij verdragen alles om geen hindernis voor het evangelie van Christus op te werpen." (1 Kor. 9:12). Een gemeente doet er goed aan om de negatieve stress van haar voorganger zoveel mogelijk te beperken door alles in het werk te stellen om hem en zijn gezin een redelijke levensstandaard te verschaffen. Een voorganger doet er goed aan om voor zichzelf te beslissen zijn gemeente niet zodanig te belasten dat dit een hindernis voor het evangelie zou gaan vormen.

- Werkdruk

De boog kan niet altijd gespannen staan... Iedereen heeft, op zijn tijd, ontspanning nodig. Een lichaam dat constant onder stress staat, vreet zichzelf aan, en zal zichzelf uiteindelijk vernietigen. Toch is het niet altijd eenvoudig om je ook echt te ontspannen, vooral niet wanneer het werk zich intussen blijft opstapelen, en je weet dat je daarna alleen maar nog meer te doen zal hebben. Of wanneer je "Nee" moet zeggen tegen iemand met een pastoraal probleem, omdat je afgesproken hebt om een partijtje te gaan tennissen.

De werkdruk moet zodanig gehanteerd worden dat er niet alleen een gaatje gemaakt wordt door ‘wat te schuiven’, maar dat er ‘echte’ plaats voor ontspanning gecreëerd wordt. Als je goed met de stress van het herderlijke werk om wil kunnen gaan, dan moet je zelf actief ontspanning inplannen. Om dat te kunnen, moet je het belang van die ontspanning zelf inzien, en bereid zijn om ze daarom hoog in de lijst van je prioriteiten op te nemen.

Het is belangrijk dat je, op geregelde tijdstippen, voldoende lange periodes van ontspanning inlast. ‘Eén vrije dag per week’ wordt hierbij door de Schrift zelf als principe aangereikt: "Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt; zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here, uw God; dan zult gij geen werk doen, ... Want in zes dagen heeft de Here de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte op de zevende dag; daarom zegende de Here de sabbatdag en heiligde die." (Ex. 20:8-11).5

Ontspannen is meer dan je alleen maar te onthouden van activiteit. Een goede vriend van me vatte het een keer als volgt samen: "Je kan iemand dwingen om stil te zitten door hem vast te binden op een stoel, maar je kan hem op geen enkele manier dwingen om rustig te worden in zijn hart." Ontspanning betekent: "Laat af, en weet dat Ik God ben" (Ps. 46:11). Ontspanning houdt in om in je gedachten, en daardoor ook in je activiteit, even afstand te nemen van de drukte en de verantwoordelijkheden waar je al de hele tijd mee bezig bent, en om, los van dat alles, te genieten van Gods zorg en aanwezigheid. Dat is veel moeilijker je alleen maar te onthouden van je gewone activiteiten, terwijl je er in je gedachten nog steeds mee bezig blijft.

Tenzij je geleerd hebt om bij het ontspannen (hobby, sport, lezen, ...) datgene wat je stress bezorgt, écht los te laten, zal zelfs de ‘ontspannende’ bezigheid een stressor worden. Ontspanning wordt dan iets wat moet, en niet iets om van te genieten.

- Eenzaamheid

In het Midden-Oosten loopt de herder (pastor!) vooraan de kudde schapen. Op die manier geeft hij de richting aan, maar ziet en confronteert hij ook als eerste het gevaar (beer, leeuw, afgrond, doornen, distels, ...).

Wie vooraan loopt, loopt echter ook alleen. Leiding geven is een eenzame bediening. Bij wie moet de pastorale werker terecht met zijn eigen problemen- Aan wie kan hij advies vragen als de dingen in zijn eigen gezin niet zo lopen als hij weet dat het zou moeten-

Er alleen voor staan, of zelfs maar het gevoel te hebben van er alleen voor te staan, is een belangrijke stressor. Je kan de dingen veel beter aan als je jezelf omgeven weet door een goed sociaal netwerk. Een goed sociaal netwerk vermindert de stress aanzienlijk: daarom doe je er goed aan om er voor te zorgen dat je mensen hebt met wie je de dingen die je bezig houden, ook echt kan delen.

Zo’n netwerk moet je echter opbouwen en onderhouden. Het heeft constante aandacht nodig, of het gaat gaten vertonen. Misschien moet je je even afvragen hoe eenzaam je zelf eigenlijk in de bediening staat. Als je in je pastorale bediening met een probleem geconfronteerd wordt waar je geen raad mee weet, hoeveel mensen zou je dan kunnen opbellen en om advies vragen- Wanneer heb je dat voor het laatst gedaan- En als je zo persoonlijk bij een probleem in de gemeente betrokken geraakt dat je er zelf door neergedrukt wordt, heb je dan iemand die jou kan bemoedigen en vertroosten-

Voor de meeste gemeentewerkers is hun huwelijkspartner (terecht) de belangrijkste persoon in hun sociaal netwerk. Wederzijdse steun is een essentieel kenmerk van de huwelijksrelatie: de vrouw is de man tot hulp gesteld, en de man hoort zijn vrouw te ondersteunen.6 Toch is het goed om je tegelijk ook gesteund te weten door een aantal goede vrienden, van wie je weet dat je er steeds beroep op mag doen en dat ze je aanvaarden, ook al heb je het even niet in de hand. Je zou in die zin kunnen spreken van ‘een counselor voor de counselor’. Waarschijnlijk is het verstandig om hiervoor mensen uit te zoeken die niet te dichtbij wonen: omdat op die manier de kans dat ze bij je eigen problematiek betrokken zijn, veel kleiner wordt, zullen ze gemakkelijker afstand kunnen nemen en objectief advies geven.

Het zoeken van deze mensen, en het onderhouden van de vriendschap, kost tijd en inspanning: tijd die kostbaar is, en waarschijnlijk moet vrijgemaakt worden. Het is echter ook tijd die rendeert in het Koninkrijk, omdat een goed uitgebouwd sociaal netwerk de negatieve stress aanzienlijk verlaagt, en daardoor je creativiteit en je productiviteit verhoogt.

Het probleem van de eigen persoonlijkheid

Iedereen reageert anders op stress. Dat wat voor de één een aangename, stimulerende situatie is, ervaart de ander als een nachtmerrie. Terwijl het lichaam van de een weken-, of zelfs maandenlang intensieve stress kan verdragen, krijgt de ander gelijk hoofdpijn of maagpijn. De een vertoont zeer snel stressreacties, terwijl de ander, in dezelfde omstandigheden, rustig blijft, of zelfs niet tot actie overgaat.

Het stressniveau waaronder je functioneert, wordt niet alleen bepaald door de omstandigheden, maar ook door wie je zelf bent. Je stressbestendigheid wordt voor een deel bepaald door je eigen persoonlijkheid. Je zou zelfs kunnen zeggen dat een aantal persoonlijkheidskenmerken, op zichzelf genomen, er voor zorgen dat het stressniveau stijgt, wat ook de omstandigheden zijn.

- De perfectionist

Als je kan aanvaarden dat je de perfectie in dit leven niet zal bereiken, zal je in het gemeentewerk zeer veel negatieve stress ervaren. We leven in een wereld die door de zonde is aangetast, en waar het perfecte niet meer binnen handbereik ligt. We zijn immers zelf niet perfect!

Toch heeft God er voor gekozen om Zijn werk in deze wereld te volbrengen door gebruik te maken van precies deze mensen die niet perfect zijn. In de Schrift zien we telkens weer hoe godsmannen fouten maken, maar ook hoe ze, ondanks hun fouten, toch nog door God gebruikt worden. Het is een teken van Gods genade dat Hij Zijn perfecte doel bereikt door gebruik te maken van beschadigde werktuigen.

In de gelijkenis van de talenten7 doet de slaaf die één talent ontvangt liever niets, dan dat hij het risico durft te nemen om een fout te maken: "Heer, ik wist van u, dat gij een hard mens zijt, die maait, waar gij niet gezaaid hebt, en die bijeenbrengt van plaatsen, waar gij niet hebt uitgestrooid. En ik was bevreesd, en ben heengegaan en heb uw talent in de grond verborgen; hier hebt gij het uwe." (Matt. 25:24-25). De Heer stelt deze houding echter helemaal niet op prijs: "Gij slechte en luie slaaf, ... Dan hadt gij mijn geld aan de bankiers moeten geven en ik zou bij mijn komst mijn geld met rente opgevraagd hebben." (Matt. 25:26-27).

God heeft het resultaat van onze arbeid niet nodig: Hij zou het zelf onmiddellijk en perfect kunnen doen! Wat Hij wel zoekt is onze inzet en de bereidheid om Hem, met al onze beperkingen, voluit te dienen. God is gelukkig meer geïnteresseerd in getrouwheid dan in resultaat! Dat is een stressverlagende boodschap!

- De zwartkijker

De zwartkijker ziet het leven, en vooral zijn eigen omstandigheden, steeds door een donkere bril. Hij ziet zelden de humor van dingen, lacht weinig, en lacht vooral niet met zichzelf... Hij schat alles negatief in. Daar waar een ander mogelijkheden ziet, is hij enkel in staat om problemen te zien. Hij bevindt zich voortdurend in de situatie die David in Psalm 23 beschrijft: het leven is één dal van diepe duisternis, vol met vijanden die hem benauwen.

Omwille van zijn donkere bril is hij echter niet in staat om het licht van de God die in de moeilijke omstandigheden bij hem is, te onderscheiden: "Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad, want Gij zijt bij mij; uw stok en uw staf, die vertroosten mij. Gij richt voor mij een dis aan voor de ogen van wie mij benauwen;" (Ps. 23:4-5).

De bril waarmee je je omstandigheden bekijkt, bepaalt in grote mate hoe stresserend die omstandigheden zullen zijn.

- De tobber

De tobber gaat nog een stapje verder dan de zwartkijker: hij is steeds op zoek naar dingen die mis kunnen gaan, of die hij negatief kan inschatten, en gaat er dan over fantaseren. Hij is een expert in het invullen van andermans gedachten: "De confident denkt vast dit...; De voorganger vindt vast dat..." Op die manier produceert hij zelf een nimmer uitdrogende bron van negatieve stress!

Bezorgdheid geeft altijd aanleiding tot negatieve stress. Al te vaak is een onaanvaardbaar stressniveau op de één of andere manier een symptomatische uiting van bezorgdheid. Vertrouwen op God, en op de werking van Zijn Heilige Geest, brengt positieve stress teweeg. Vertrouwen maakt een probleem tot een uitdaging, en een bedreiging tot een gelegenheid. Vertrouwen kijkt verwachtend naar God om te zien wat Hij zal doen.

- De zondebok8

De zondebok is geneigd om steeds maar weer de schuld op zich te nemen, ook al is het niet zijn eigen schuld. Als je op de één of andere manier pastorale verantwoordelijkheid wil dragen, moet je er van uitgaan dat de schuld voor vele dingen aan je voeten gelegd zal worden. Je zal heel wat kritiek te verwerken krijgen, soms terecht, maar vaak ook niet. De confident zal daarbij geneigd zijn om de verantwoordelijkheid voor zijn eigen probleem bij jou als hulpverlener te leggen.

Wie geneigd is om al deze schuld naar zich tot te trekken, of om zowel onterechte als terechte kritiek te aanvaarden, komt onder heel wat negatieve stress te staan. Op een goede manier omgaan met schuld en schuldgevoelens zal je helpen om de negatieve stress tot positieve stress te maken.

Stress management

Stress is een reactie op stressverwekkende factoren. Sommige van deze factoren komen voort uit de omgeving (externe stressfactoren), andere komen voort uit je eigen persoonlijkheid (interne stressfactoren).

Stress management bestaat erin om de stressreactie op een zodanige manier te beïnvloeden, dat ze niet langer als negatief, maar veeleer als positief ervaren wordt.

Op externe stressfactoren heb je weinig of geen vat: er zijn nu eenmaal meer mensen met problemen dan dat jij kan helpen; sommige mensen geven nu eenmaal onterechte kritiek en weer andere mensen hebben nu eenmaal allerlei onredelijke verwachtingen. Je kan wel proberen om invloed op deze factoren uit te oefenen, maar, tenzij je er in slaagt om eerst de interne stressfactoren te beïnvloeden, zullen deze pogingen alleen maar een aanleiding voor meer stress zijn.

Op de interne stressfactoren heb je echter wel vat: daar waar je niet in staat bent om je omgeving te veranderen, kan je wél jezelf veranderen! Je kan er voor kiezen om te leren je perfectionisme om te buigen naar een gezond realisme. Je kan ook leren om niet alleen de moeilijkheden, maar ook Gods werk te midden van de moeilijkheden te zien. Je kan leren om niet bezorgd te zijn, en om op een goede manier om te gaan met kritiek, met schuld en met schuldgevoelens. Het is gemakkelijker om jezelf te veranderen, dan de wereld om je heen!

Het valt op dat de Bijbel ons ook precies hiertoe oproept: ík moet veranderen om zo invloed op de omgeving uit te oefenen, veeleer dan dat de omgeving moet veranderen zodat ik er beter in pas!9

EINDNOTEN

1 Compernolle, Theo, Stress, Vriend en vijand! Lannoo, Tielt, 1993, pp. 65-67.
2 Compernolle, Op. Cit., p.96.
3 Hulme, William E., Managing Stress in Ministry, Harper & Row, New York, 1985, p. 1. (eigen vertaling)
4 Zie o.a. Ef. 5:22-6:9; Kol. 3:18-4:1; Tit. 1:510; 2:6-10; 3:1; 1 Tim. 3:1-13; 5:119; 6:1-2; Rom. 13:1-7; 14:1-12.
5 Zie ook: Deut: 5:12. Daar waar in Deut. 20 als reden voor ons rusten gegeven wordt dat God zelf op de zevende dag van Zijn scheppingsactiviteiten rustte, wordt in Deut. 5:12 de sabbatsrust voorgeschreven om te gedenken dat het God was die Zijn volk uit Egypte bevrijdde.
6 Zie o.a. Gen. 2:18 en Ef. 5:23
7 Zie Matt. 25:14-30
8 Zowel het onderwerp ‘Bezorgdheid’ als ‘Schuld en Schuldgevoelens’ worden verder uitgewerkt in: Actuele Problemen in het Licht van de Bijbel, J. De Vriese, W. Barrett en D. Lemmens, CPC, 1996.
9 Zie o.a. Matt. 5:13-16; Rom. 12: 1-2; Ef. 4:17-24 e.a.

Oorspronkelijk verschenen in Tijdschrift voor Theologie en Pastorale Counseling
8ste jaargang, 3de kwartaal 1996, nr.31, p. 23-34
© Centrum voor Pastorale Counseling v.z.w.

Lemmens, Dirk