De structuur van het hulpverleningsgesprek (1)
Het christenleven speelt zich af in een spanningsveld. Enerzijds is het God die het willen en het werken in ons werkt. Anderzijds wordt de gelovige opgeroepen om te volharden, te gehoorzamen en met inzicht te handelen. God werkt en de gelovige werkt ook.
Dit spanningsveld is ook in de christelijke hulpverlening aanwezig. Enerzijds is het de Geest die Leven geeft, leidt, dingen openbaart, troost, enzovoort. Anderzijds moet de hulpverlener zich bekwamen om doelgericht en volgens een duidelijke strategie te werk te gaan. Beide aspecten zijn de twee kanten van dezelfde medaille.
Sommigen hebben geen strategie, geen plan. Het gevaar is dat ze oeverloos werken, dat er geen 'ruggengraat' in de begeleiding zit. Anderen hebben wel een strategie, maar verliezen de werking van de Heilige Geest uit het oog. Hulpverlening is voor hen het programmatisch toepassen van technieken. Zij lopen het gevaar te werken zonder de Bron van alle levensvernieuwing.
In dit artikel zet Jan Buitelaar enkele achtergronden op een rij betreffende de terughoudendheid en de onkunde van christenen met betrekking tot een planmatige aanpak. Zonder het hierboven beschreven spanningsveld te ontlopen zal de lezer het doel, het nut en het voordeel van een planmatige aanpak aan de orde brengen.
